Terug naar de startpagina

AAA-Beweging april 1942. Dit moest een door de Japanners gewenste massabeweging worden: want Japan was: Asia Tjahaja, Asia Pelindoeng en Asia Penimpin (= Licht van AziŽ, Beschermer van AziŽ en Leider van AziŽ). De beweging bracht niet wat men verwacht had, en stierf in oktober 1942 een vroege dood. Hierna gingen de Japanners over tot het inschakelen van de nationalistische leiders: Soekarno, Hatta en Sjahrir.

Aardbeving West-Java 10-10-1834; deze verwoestte het Paleis van de Gouverneur-generaal te Buitenzorg.  

 

Aardoliemaatschappijen
  • In 1890 werd de Koninklijke Nederlandsche Maatschappij tot Exploitatie van Petroleumbronnen in Nederlandsch-IndiŽ opgericht, die zich in eerste instantie bezig hield met boringen.
  • Vanaf 1902 ging deze Koninklijke samenwerken met de Shell Transport and Trading Company, die in 1897 was opgericht en zich bezig hield met verwerking en transport.
  • In 1907 fuseerden de twee bedrijven tot de Koninklijke Olie/Shell Groep, al snel bekend onder de naam "Shell", o.l.v. H.W.A. Detering. Nog steeds heeft de 'Koninklijke" 60% en de Shellgroep 40% van de aandelen. 

 

H.W.A. Detering

  • Eťn van haar ondermaatschappijen is de BPM (Bataafse Petroleum Maatschappij).
  • Naast de Shell deden voor de Tweede Wereldoorlog als grote maatschappijen mee in de strijd om de olie: het Amerikaanse bedrijf 'Standard of New Jersey' en 'Caltex' (Standard of California en Texas Company, samen Texaco).
  • In 1965 verkocht Shell zijn rechten aan het Indonesische Permina.
  • In 1968 gingen de grotere Indonesische maatschappijen (Permina en Pertamin) samen in Pertamina, o.l.v. Ibnu Sutowo.

  Balikpapan

Zie ook bij:  Wereldproductiecijfers.

Aardrijkskundig Genootschap zie Koninklijk Nederlands Aardrijkskundig Genootschap

Abda-Command 1942 Een Amerikaans-Brits-Nederlands-Australische bevelsorganisatie o.l.v de Brit Wavell, gevestigd te Bandoeng. Ze bestreek het gebied van Birma tot het Australische Darwin. Doel: het stuiten van een Japanse aanval. Opgeheven 25-02-1942: Nederlands-IndiŽ stond er nu alleen voor.

Achteruitgang Welvaart Java einde 19e eeuw; oorzaken:

  • Nederlandse dure acties in de Buitengewesten (o.a. Atjeh)
  • aantal bestuursambtenaren werd steeds groter
  • veel geld werd besteed aan de verbetering van de infrastructuur
  • crisis in de rietsuiker-cultuur
  • bevolkingsgroei (eigenlijk de eerste oorzaak)

Actie Finale kort voor het staakt-het-vuren midden augustus 1949 was er een poging om Poncke Princen en de zijnen gevangen te nemen cq. te doden op West-Java. Princen ontsnapt, terwijl zijn vrouw en anderen het niet overleven.

Adat (Arab., = het terugkerende), in vele Indonesische talen overgenomen woord in de betekenis van: gewoonte, overgeleverd gebruik, alsmede juist en aanvaard gedrag tegenover de medemens. Adatrecht is de term voor het ongeschreven volksrecht in IndonesiŽ, in 1893 door Snouck Hurgronje geÔntroduceerd.  C. van Vollenhoven is het adatrecht gaan beschrijven.

Adipati ambtstitel voor regenten, hoger dan Toemenggoen.

Adjeng ongehuwde adellijke vrouw.

Adjunct-Regent (assistent-regent), idee van Simon de Graaff en Van Rees, om ontwikkelde inheemse ambtenaren een carriŤre te kunnen bieden; onderdeel van een plan naar minder gewesten op Java en Madoera. Er is aan gewerkt van 1902 tot 1907 en toen verworpen.

Advocaat-Fiscaal was vanaf 1620 de aanklager en eiser in zaken die VOC-dienaren betrof. Alleen in gemengde zaken kon hij burgers en vrije luijden aanklagen. Zijn zaken werden berecht bij de Raad van Justitie.

Zie ook: Rechtspraak.

Afdeling B van gymnasium Willem III: vanaf 1867 opleidingsmogelijkheid voor Indische bestuursambtenaren. In 1913 sloot deze afdeling. Zie ook bij: Groot-ambtenaarsexamen.

Afschaffing verplichte levering/aanplant

Agave werd geteeld omdat het harde touwvezels opbracht, geschikt voor het binden van graanproducten, voor scheeps- en visserijdoeleinden en de mattenindustrie. Vůůr de Tweede Wereldoorlog kwam 17% van de werelduitvoer uit Nederlands-IndiŽ.

Zie ook bij:  Wereldproductiecijfers.

Agoeng, Sultan van Mataram (1613-1645) verovert de rest van Java behalve Banten en Batavia (=VOC)

Agrarische Wet 1870 kwam onder minister De Waal tot stand, die aan particuliere ondernemers meer armslag bood om zich in IndiŽ te vestigen, omdat het Cultuurstelsel vastliep. Javanen konden hun dorpsgronden in eigendom krijgen, en verhuren aan Europeanen. Europeanen konden woeste grond in erfpacht krijgen.

Na de afschaffing van de slavernij was de arbeidsmarkt weliswaar niet krap op Java, maar werd het in de praktijk wel, omdat de inheemse arbeiders weinig ophadden met gesloten contracten en regelmatig wegliepen. Vooral na de invoering van de Agrarische Wet in 1870 begonnen de planters over dit probleem te klagen:

  • in het Politie-strafreglement voor Inlanders werd daarom een bepaling opgenomen dat de inheemse arbeider, die zonder toestemming van zijn werkgever zijn dienst verliet, of weigerde te werken, gestraft kon worden met een boete of met zeven tot twaalf dagen tewerkstelling aan bepaalde publieke werken voor de kost maar zonder loon. In 1879 werd de bepaling ingetrokken

  • vervolgens werd in 1879 de regeling betreffende huur van 'dienst- en werkboden' uit het Burgerlijk Wetboek ook van toepassing verklaard voor inheemse arbeiders, zoals dat eerder was gebeurd met Chinezen en andere 'Vreemde Oosterlingen'.

Veel hielpen de regelingen niet, waardoor de werkgevers op den duur een andere weg gingen bewandelen en trachtten de arbeiders aan zich te binden door het aanbieden van kosteloze medische behandeling en verpleging.

In de Buitengebieden (vooral op Sumatra) moesten de arbeiders van elders worden gehaald zoals de Chinese koelies en later Javanen.

Zie ook: Koeliecontract en Koelie-ordonnantie.

Airlangga koning van Mataram 1019-1049. Periode van grote bloei. ca. 1030 sluit hij vrede met Srivijay middels huwelijk. Aan het einde van z'n leven verdeelt hij zijn rijk: oostelijk deel (Janggala), en westelijk deel (Kediri)

Alang-alang hoge grassoort

Alassers, een klein volk, gemengd levend met Maleiers, Batak, Atjehers en Gajo's in het dal van de Lawť Alas (rivier) op Sumatra, ter westen van Medan. Middel van bestaan is rijst (sava) en tabak. Hun eigen taal wordt door ca. 80.000 mensen gesproken (1989).

Zie ook: Bevolkingsgroepen

Alberts, Albert (1911-1995), lit. verhalenbundels "De eilanden", "De korte roman" en "De vergaderzaal", roman "De bomen"

Alfoeren Deze benaming wordt gegeven aan wilde, heidense / animistische (berg-)volken, die op vele plaatsen in de archipel voorkomen (voorkwamen). Het gaat dan over maatschappelijke omstandigheden, en is niet een etnografische aanduiding.

In oudere werken worden de primitieven op o.a. Ceram, Boeroe en Halmahera Alfoeren genoemd.

Zie ook: Bevolkingsgroepen.

Allied Military Administration Civil Affairs Branch zie: AMACAB

Allochtonen Uit een ander land afkomstige bewoner van Nederland en hun kinderen en achterkleinkinderen (aldus Rapport "Allochtonenbeleid" van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid in 1989.) In 1996 wordt in de Wet bevordering evenredige arbeidsdeelname allochtonen (WBEAA) onder 'allochtonen' ondermeer verstaan: personen geboren in AziŽ met uitzondering van Japan en voormalig Nederlands-IndiŽ.

Almanak, Jaarlijkse Vanaf 1731 verscheen deze almanak met de namen en titels van de Indische ambtenaren.

Aloen-aloen ruim vierkant grasplein voor de woningen van de regenten en hoofden.

Alting Mees, Fokko  (1819-1900), minister van koloniŽn, 1876-1877. Hij was van conservatief/liberale richting

Zie ook: Ministers van KoloniŽn.

Alting, Willem Arnold (1724-1800)

 

  • Hij studeerde rechten in Groningen en arriveerde in 1751 in Batavia als onderkoopman: hij zou nooit meer terugkeren naar Nederland.

  • In 1763 kwam hij in de Raad van IndiŽ

  • In 1777 eerste raad en directeur-generaal

  • Hij werd gouverneur-generaal (1780-1797), de laatste van de VOC. Zijn bestuur werd gekenmerkt door grove misbruiken. Een speciale Commissie-generaal moest orde op zaken gaan stellen in IndiŽ, maar bleek daartoe niet in staat. Het was een rommelige periode, ook omdat in Nederland de  Bataafse Republiek was ontstaan en de Vierde Engelse Oorlog in feite de nekslag betekende voor de VOC: de Engelsen waren militair sterker op zee, de verbinding met Nederland werd bijna onmogelijk, en er kwam een einde aan de vestigingen in India en op Sumatra.

  • In december 1799 gingen alle schulden en bezittingen van de VOC over naar de Bataafse Republiek.

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij.

AMACAB (Allied Military Administration Civil Affairs Branch) Zie verder NICA.

Ambachtsscholen Opgericht in 1909 en 1910, in Batavia, Soerabaja en Semarang. De meeste leerlingen zouden geen eigen bedrijfje beginnen, wat wel de opzet was geweest, maar in loondienst komen van Europese bedrijven

Ambon zie ook Molukken

De eerste landvoogd was Frederik de Houtman, 1605-1611. Daarna kwam de eerste Gouverneur-generaal Pieter Both in 1611. Ambon bleef tot 1619 zetel van de Gouverneur-generaal tot Batavia deze rol overnam, mede omdat Java meer voedsel (rijst) en hout kon leveren.

Daarna werd Ambon in de VOC-periode een Gouvernement met een gouverneur tot 1799.

De belangrijkste locaties van de VOC op Ambon waren:

  • Ambon; hoofdcomptoir; producten: kruidnagelen, nootmuskaat en foelie. Fort: Victoria

  • Haroekoe; comptoir; vesting Zeelandia

  • Boeroe; comptoir; producten: timmer- en brandhout.

  • Hila; comptoir; aanvankelijk was er een "Kasteel van Verre", later fort Amsterdam

  • Saparoea; comptoir; product: kruidnagelen. Forten: De Briel, Duurstede, Hollandia.

  • Larike; comptoir; product: kruidnagelen. Fort: Rotterdam

  • Manipa; comptoir; product; kruidnagelen. Fort: Wantrouw

  • Serikkembelo (Cambello); comptoir; product: kruidnagelen. Fort: Hardenberg.

  • Asahoedi; comptoir; producten: pluimvee, bokken, slaven.

Ambon-stad Ė Kota Ambon, in 1574 door de Portugezen gesticht.

Ambonse Oorlog, De Grote 1651-1658 (Hoamoalese Oorlog). Een oorlog in de Molukken, die startte toen in 1651 een achttal kleinere VOC-vestingen door strijders van Hoamoal werd veroverd, ondersteund door bewoners van andere eilanden. Tevens deden mensen uit de Ternate-regio mee. In 1652 vertrok een expeditiemacht uit Batavia. In 1653 en 1654 werd Hoamoal bijgestaan door een paar duizend man van Makassar. Toen de strijd op Hoamoal in 1655 was gestreden en beŽindigd was in het voordeel van de VOC, verplaatste het laatste deel van de oorlog zich naar het eiland Buru, waar nog gevochten werd tot 1658.

Door de bloedige oorlog en de periode erna ontvolkte Hoamoal alsmede de eilanden Kelang en Boano.

De gehele periode van de VOC bleef het verder rustig in dit gebied, dat al een eeuw had geleden onder voortdurende oorlogen en oorlogjes. Voor de VOC was het nog belangrijker dat het kruidnagel-monopolie was gevestigd, en onderhouden werd door de hongi-tochten.

Zie ook: Hituese Oorlog

Amfioen of Amphioen zie bij Opium-regie
Amok mengamuk of amuk (lett. tieren of tekeergaan): verblind van woede alles wat men ontmoet doden of verwonden. Reeds in de 16e eeuw maakten Portugese zeevaarders melding van de 'amuco'. Sommige schrijvers verklaren dat de oorzaak hiervan ligt in de overmatige zelfbeheersing van de bevolking in het sociale gedrag, waarvoor de amok een uitlaatklep is. De gebeurtenissen van 1965 (communistenmoord) zouden kunnen worden bestempeld als een collectief amok. Ook is de term 'mata gelap' hier van toepassing.
Amsterdam Eťn van de vier schepen die deelnam aan de Eerste Expeditie
Aneta, Algemeen Nieuws- en Telegraafagentschap, opgericht in 1917 en vanaf 1918 actief als zijnde het eerste Indische persbureau, dat het nieuws doorgaf aan de dagbladen en later ook aan de NIROM.

Oprichter was D.W. Berretty, een opvallend persoon die met het nieuwsmonopolie van het Aneta jarenlang de dagbladen in IndiŽ in de greep had, wat uiteraard veel weerstand opriep.

In 1937 ontstond Antara; onder deze naam werkt het huidige Indonesische persbureau.

Angkatan Pemoeda Indonesia (API) , een radicale pemoeda-organisatie, organiseert op 19 september 1945 een enorme massabijeenkomst op het Koningsplein in Batavia: Soekarno roept de menigte tot kalmte op.

Angkatan Perang Indonesia (APRI). Naam van het Indonesische leger na het uitroepen van de eenheidsstaat 17 augustus 1950. Als zodanig opvolger van de APRIS

Zie ook: Indonesische leger in ontwikkeling.

Angkatan Perang Indonesia Serikat (APRIS) Naam van het Indonesische Federale leger na de soevereiniteits-overdracht van december 1949. Na het uitroepen van de eenheidsstaat 17 augustus 1950 werd de naam gewijzigd in APRI

Zie ook: Indonesische leger in ontwikkeling.

Angkatan Perang Ratu Adil (APRA) of te wel "Strijdkrachten van de Rechtvaardige Vorst".

Strijdgroep die ontstond rond het moment van de soevereiniteits-overdracht eind 1949. Zij bestond voornamelijk uit ex-KNIL-militairen (Ambonezen) en ex-TNI-militairen (vooral Soendanezen).

Hun doel was het in stand houden van de federatieve staat IndonesiŽ, en vooral van de deelstaat Pasoendan (West-Java). 

Zij hadden zich verbonden met Raymond Westerling, die 23 januari 1950 een coup pleegde: de actie in Djakarta mislukte omdat men niet bij de wapens kon komen; zuidelijk Bandoeng werd wel kort bezet, maar toen duidelijk werd dat 'Djakarta' was mislukt, kwam er snel een einde aan de coup.

Het resultaat was een nog groter wantrouwen van IndonesiŽ t.o.v. Nederland en een nog sneller overgaan tot liquidatie van de federale staat.

Animisme (anima is ziel). Godsdienst / wereldbeschouwing van de oorspronkelijke bevolking van Nederlands-IndiŽ, voordat HindoeÔsme, Islam en Christendom hun invloed lieten gelden.

Elementen van het animisme zijn tot op heden vermengd gebleven met de latere godsdiensten.

Kenmerken van het animisme:

  • in de natuur, in dieren, in mensen huist een ziel
  • de ziel kan (tijdelijk) het lichaam verlaten; na iemands dood blijft de ziel bestaan (voorouderverering)
  • het geloof in en de verering van geesten en goden; door de laatsten is ieders leven voorbeschikt.
Antara Zie: Aneta

Apanage stukken grond die de vorsten als betaling gaven aan de inheemse ambtenaren / familieleden

APRA zie Angkatan Perang Ratu Adil
APRI zie Angkatan Perang Indonesia
APRIS zie Angkatan Perang Indonesia Serikat
APWI zie RAPWI
Arak sterke drank, gedestilleerd uit rijst of palmkool

Arends, P.C. directeur Binnenlands Bestuur, 1895-1903

Arsip Nasional, zie bij Landsarchief.
Artikelbrief, door de Staten-Generaal uitgevaardigd en enkele malen herzien.

Daarin stond nauwkeurig omschreven aan welke gedragsregels elke opvarende zich had te houden. De regels hadden betrekking op bijvoorbeeld het bijwonen van godsdienstoefeningen, het  vloeken, het weggooien van etenswaren, de reiniging van het schip, diefstal en het gebruik van vuur.

De provoost moest toezien op de naleving van de regels.

Voor elk soort overtreding was een straf aangegeven, bijv. verlies van maandgelden, geldboetes, lijfstraffen, opsluiting en ook de doodstraf. Het doden van een medeopvarende, het opzettelijk in gevaar brengen van het schip, het beramen van muiterij en het plegen van sodomie behoorden tot de zware vergrijpen. De schipper mocht lichte overtredingen bestraffen. Ging iemand zwaarder in de fout, dan vond verdere rechtspraak plaats, in naam van de Staten-Generaal, door de scheepsraad of Brede Raad.

De scheepsraad bestond uit vijf personen. Aanvankelijk fungeerde de opperkoopman als president en waren de schipper, onderkoopman, opperstuurman en hoogbootsman leden van de scheepsraad. Op den duur verdween de figuur van opperkoopman en was bij elke scheepsraad de leiding in handen van de schipper.

De Brede Raad behandelde alle zaken waartoe de scheepsraad niet bevoegd was. President van de Brede Raad was de commandeur van het vlootverband, leden waren de kooplieden, schippers, onderkooplieden en opperstuurlieden van de schepen van de vloot.

Zie ook: VOC-Scheepsbemanning

Asch van Wijck, Titus Anthony Jacob van (1849-1902), minister van koloniŽn 1901-1902. Politieke richting: ARP.

Zie ook: Ministers van KoloniŽn.

Assimilatie-politiek (Van Deventer en Van den Berg): deze politiek ging een stap verder dan associatie-politiek: de elite moest echter wel Nederlands blijven

Assistent-Resident Nederlandse bestuursambtenaar, stond aan het hoofd van een afdeling in een residentie.
Zie ook Bestuursstructuur.

Assistent-wedono hulp van de wedono

Zie ook Bestuursstructuur.

Associatie-politiek idee onder Ethische denkers: (o.a. Snouck Hurgronje): hogere groepen in de Javaanse maatschappij moesten westerse wijsheid met oosterse ervaring paren. De zonen van inheemse hoofden zouden westers onderwijs moeten volgen en voor hogere opleiding naar Nederland moeten gaan. Vooral na november 1926 werd deze politiek afgewezen.

Ataka groot Brits legerkamp bij Suez, dat de Repatrianten vanuit Nederlands-IndiŽ aandeden om te worden voorzien van vooral winterkleding.

Zie ook bij: RepatriŽring

Atjehers zijn de bewoners van het noordelijkste deel van Sumatra.

Hun godsdienst is de Islam, die via de handelswegen de Atjehers heeft bereikt. Ze zijn vrij strikt in het naleven van de godsdienstige plichten, hoewel vele oude animistische gebruiken en handelingen zijn opgenomen in door de islam gesanctioneerde vormen. Al in de 19e eeuw namen vele Atjehers deel aan de jaarlijkse bedevaart naar Mekka, en was het godsdienstonderwijs al vroeg tot ontwikkeling gekomen.

Volgens het oude familierecht waren leden van een stam verplicht tot wederwraak in geval van moord, belediging, etc.

Hoewel kinderen zowel tot de familie van de vader als de moeder behoren, blijft de vrouw wonen op het erf van de ouders. Komt de man uit een andere gemeenschap, dan komt hij slechts af en toe langs.

De bezittingen van de overledene gaan niet naar z'n familie, maar worden onder de erfgenamen verdeeld.

De Atjehers, die Maleiers zijn, hebben een eigen taal, die wel diverse varianten heeft, en door ca. 3 miljoen mensen wordt gesproken (1995).

De savacultuur is belangrijker dan de ladangcultuur. Al in de 14e eeuw werd de peper ingevoerd, en werd tot een belangrijke bron van inkomsten. De zeevisserij vormt, door de ligging van Atjeh, een niet weg te denken bron van voedsel en inkomen.

Reeds in 1601 kwam er een eerste Nederlandse factorij en ging een Atjehs gezantschap naar Prins Maurits.

Toen de Straat Malakka steeds belangrijker werd na de opening van het Suezkanaal (1869), werd de zeeroverij van de Atjehers steeds hinderlijker, en was ťťn van de oorzaken van de Atjeh-oorlogen.

Zie ook: Bevolkingsgroepen en het Sumatra-tractaat.

Atjeh-oorlogen 1873-1904

  • Directe aanleiding: 'Verraad van Singapore' : in 1873 ging een Atjehese delegatie naar Singapore om in onderhandeling te gaan met consuls van ItaliŽ en Amerika
  • 1e Atjeh-oorlog 1873. Generaal KŲhler, met 3000 man, wilde kraton bezetten. Dit bleek een moskee te zijn; er vielen veel slachtoffers
  • 2e Atjeh-oorlog 1874-1880. Generaal van Swieten, 8.545 militairen; hij veroverde de kraton: deze was al ontruimd. Het kleine door hem bezette gebied werd beschermd door bentengs (=vestingen). Er werd slechts gereageerd op Atjehese aanvallen
  • 3e Atjeh-oorlog 1884-1896. Bezuinigingen betekende inkrimping van de troepen. Afsluiten van de vesting Kota Radja door "Geconcentreerde Linie" met behulp van 16 bentengs; defensieve oorlog. In 1896 valt Toenkoe Omar (Atjehese leider), die eerder zijn diensten had aangeboden, met medeneming van wapens de Nederlanders af . In 1896 volgt de ommekeer middels een nieuw concept o.l.v kapitein jhr. Graafland: het "Korps Marechaussee te voet" (kleine mobiele detachementen) geeft met contra-guerrilla antwoord op guerrilla (1200 man), o.l.v kapitein G.G.J.Notten. De bewapening bestaat vooral uit karabijn en klewang, plus lichte kleding. Er wordt gekozen voor een offensieve houding: onophoudelijke patrouilles en achtervolging. Tactiek overgenomen door reguliere troepen. Van Heutsz bouwde idee verder uit: "Hard toeslaan, zonder wankelmoedigheid"
  • 4e Atjeh-oorlog 1898-1910. Het eerste succes van Van Heutsz is de expeditie naar PediŽ/Pedir. Hulp van arabist en islam-kenner Snouck Hurgronje (in feite een eenmansinlichtingendienst): omdat het voor de Atjehers een heilige oorlog is (= djihad), aanvaarden ze het Nederlandse gezag pas als ze de "voet op den nek" voelen. De bewapening bestaat vooral uit repeteergeweer en mitrailleur. Deelnemende inheemse militairen: Ambonezen en Javanen . Het laatste grote succes is in 1903, met overgave van Polim, aan kapitein Hendrik Colijn, de latere minister-president.

Slachtoffers in deze strijd:

  • 2009 gesneuvelde Nederlanders
  • 10.500 aan ziektes overleden Nederlanders
  • 60.000 ŗ 70.000 gedode Atjehers
  • 25.000 aan ziekte en uitputting gestorven dwangarbeiders.

Zie ook: Atjehers en het Sumatra-tractaat.

Atoombom op Nagasaki Op 9 augustus 1945 viel de tweede atoombom op Nagasaki. Op een afstand van 1800 meter was het kamp Fukuoka-14, waar 229 Nederlanders waren geÔnterneerd. Het geringe aantal Nederlandse slachtoffers (vijf of zes) was te danken aan de genoemde afstand, maar ook aan de voor hen gunstige windrichting.

Terug naar de startpagina