Terug naar de startpagina
Gaboengan Politik Indonesia (Gapi) mei 1939, een federatie van vrijwel alle legale nationalistische partijen (o.a. Parindra, Gerindo, PSII). Haar doelstelling is een volwaardig parlement, en niet een pseudo-parlement als de Volksraad.

Zie ook: Politieke Bewegingen en Partijen in de 20e eeuw.

Gajah Mada uitstekend rijksbestuurder onder koningschap Hayam Woeroek (1350-1389) van het Majapahit-rijk

Gajo's Dit volk bewoont de hooglanden van Gajo op Sumatra, omringd door het gebied van de Atjehers. Hun gebied is omgeven door een moeilijk toegankelijk woudengebied. Ze spreken een eigen taal: 180.000 (1989). Er is grote verwantschap met de Batak, maar ook met de Atjehers.

Toen in de 17e eeuw het Gajo-gebied bij het koninkrijk van Atjeh behoorde, ging de bevolking over op de Islam.

De sava (natte rijstbouw) is een belangrijk middel van bestaan.


Gajo-paardenrace.

Het familierecht is patriarchaal, maar bijzonder is, dat de schoonzoon door z'n schoonvader als zoon wordt aangenomen en bij hem komt inwonen. Ook de kleinkinderen gaan via deze band behoren tot de familie van de moeder.

Zie ook: Bevolkingsgroepen.

Gambir De gambirstruik kwam alleen voor in enkele gebieden van Sumatra en West-Borneo. Door de bladeren en twijgen te koken ontstond een looihoudend extract dat in blokken werd gegoten: blokgambir, gebruikt om leer te looien en voor 't zwartverven van zijde. Tevens werd het toegepast in ketels om ketelsteen tegen te gaan. Zeker 2/3 van de productie was echter bestemd voor 't sirihkauwen door de bevolking. 

Gamelan Javaans orkest, met vooral slaginstrumenten

Gapi zie Gaboengan Politik Indonesia

Garantieverklaring 2 augustus 1947 De Nederlandse regering gaf deze verklaring uit dat zij ook na de soevereiniteitsoverdracht aan de Indonesische regering verantwoordelijk zou blijven voor de rechtspositie van in Nederland aangeworven ambtenaren. Na o.a. verontwaardiging bij de in IndiŽ aangenomen ambtenaren, veelal Indo-europeanen, kwam op 17 oktober 1947 een "Interpretatie" van de Verklaring, waarin de Nederlandse regering beloofde om aan de rechtsopvolgers van de Indische regering de eis te stellen hen netjes te behandelen. Uiteindelijk, tijdens de Rondetafelconferentie van 1949, werd besloten dat IndonesiŽ, als overgangsfase, gedurende een periode van twee jaar de rechten van de in haar dienst overgegane ambtenaren zou respecteren.

Garoet-affaire 1919 Een afdeling van de Sarekat Islam in de Preanger haalde een lokale welgestelde paardenfokker en tabaksverbouwer (Hadji Hasan) over geen rijst meer aan het gouvernement te leveren. Resident De Stuers doodde hem en zijn familie.

GeÔnterneerden Zie "Slachtoffers in de Japanse tijd".
Geleide Democratie In de vijftiger jaren draaide de Indonesische economie erg slecht, en het parlementaire systeem werkte niet. In 1959 besloot Soekarno terug te keren naar de grondwet van 1945, en schakelde het parlement uit. Politieke tegenstanders verdwenen achter de tralies, zoals Sutan Sjahrir en Ide Anak Agung Gde Agung. Kwesties als Nieuw-Guinea moesten de aandacht afleiden. Maar zijn Nasakompolitiek (een synthese van nationalisme, islam en communisme) mislukte na 1962 echter volledig.
Generale Missiven zijn de verslagen die de Gouverneur-generaal en de Raad van IndiŽ naar de Heeren XVII stuurden over de activiteiten van de VOC en zijn kantoren
Generale Opneem of Opgaaf  jaarlijks geschrift waarin Vrijburghers hun bedrijfsresultaten en bedrijfsbezittingen moesten noteren i.v.m. de belastingbepaling. 

Zie ook: Zuid-Afrika.

Generale Wapenschouwing of Optrek   Groot jaarlijks evenement van mannelijke Vrijburghers, die verplicht als schutter dienden in ťťn van de burgercompagnieŽn. Op deze gebeurtenis toonden ze hun kunnen, waarbij het feestelijke aspect niet werd vergeten.

Zie verder bij: Zuid-Afrika.

Gerakan Rakjat Indonesia 1937 opgericht (Gerindo). Was net als Parindra meer coŲperatief.

Zie ook: Politieke Bewegingen en Partijen in de 20e eeuw.

Gerbrandy. Pieter Sjoerds (1885-1961); minister van koloniŽn, 1941-1942

 In 1939 werd hij minister van Justitie in het kabinet-De Geer. Met zijn medeministers week hij 13 mei 1940 naar Engeland uit. Daar stelde hij zich onmiddellijk te weer tegen het defaitisme van de minister-president De Geer. Toen deze in september 1940 moest aftreden, werd Gerbrandy minister-president; tot 1942 bleef hij ook minister van Justitie en van 1941 tot 1942 tevens minister van KoloniŽn. Van 1942 tot 1945 stond hij aan het hoofd van een departement ĎAlgemene Oorlogvoeringí. Hij was te Londen de verpersoonlijking van Nederlands hechte verbondenheid met de geallieerden, herstelde door zijn vastberadenheid, zijn ondubbelzinnig gedrag en zijn felle taal het door De Geers houding geschokte prestige van de regering en genoot ook het vertrouwen van Churchill.

Na de bevrijding van de zuidelijke provincies vormde Gerbrandy in februari 1945 een nieuw kabinet. Na de bevrijding van geheel Nederland trad hij af. 

Hij had weinig oog voor het nationalisme in IndonesiŽ en verzette zich hardnekkig tegen de IndonesiŽ-politiek van de regering, werd voorzitter van het Nationale Comitť ĎHandhaving Rijkseenheidí en onderscheidde zich in zijn protesten en pleidooien door grote felheid en weinig genuanceerde uitspraken. In 1955 werd hij minister van Staat.

Zie ook: Ministers van KoloniŽn.

Gericke, J.F.C. maakte een Bijbelvertaling in het Javaans, die in 1852 gereed kwam

Gerindo zie Gerakan Rakjat Indonesia
Gezinsplanning Vanaf 1968 is in IndonesiŽ een begin gemaakt met een actieve bevolkingspolitiek vanwege de overbevolking op vooral Java: wie zich als 'akseptor' liet inschrijven verklaarde niet meer dan twee kinderen te zullen nemen, en werd daarvoor beloond met o.a. een betere toegang tot medische zorg, onderwijs, banen, promotie en krediet.

En het hielp: in de periode 1970-1980 lag de gemiddelde bevolkingsgroei op 2,3%; in de periode 1980-1992 was de groei teruggelopen naar 1,8%. Hierbij valt op te merken dat de daling mede te maken kan hebben met de groei van de welvaart in laatstgenoemde periode.

Zie verder Java-overbevolking en Transmigratie.

Gobbelschroij, Pierre Louis Joseph Servais van (1784-1850),  minister van koloniŽn in 1830.

Zie ook: Ministers van KoloniŽn.

Godsdienst op Java Islam 87%, Christenen 10% (tweederde protestant, eenderde katholiek); rest: a. boeddhisme, taoÔsme (Chinezen), b. hindoeÔsme (Tenggerezen, Balinezen) c. door hindoeÔsme beÔnvloed animisme (Badoei's Ė West-Java)

Goens, Rijcklof van (1619-1682); 

  • Als 9 jarige ging hij met z'n ouders naar IndiŽ.

  • Als weesjongen kwam hij in dienst van de VOC in Coromandel (oostkust van India)

  • In 1634 kwam hij terug in Batavia en werd (zeer jong!) lid van de Raad van IndiŽ

  • Zijn verdiensten zijn groot geweest in de periode van 1644 tot 1672 als gezant (vijf keer ondernam hij een missie naar het hof van Mataram in de periode 1648-1654), als vlootheer, en als gouverneur van Ceylon. Zo speelde hij een hoofdrol bij het verkrijgen van steunpunten in Malabar (westkust India) en Coromandel; op Ceylon versloeg hij de Portugezen samen met de sultan van Kandy. Daarvoor was hij in de jaren 1655-1656 in de Republiek geweest om de Heeren XVII er van te overtuigen dat Ceylon voor de VOC zeer belangrijk zou zijn.

  • In Europa was de vrede van de Republiek met Portugal in 1661 getekend. Na dit moment ging Goens verder met het terugdringen van de Portugezen, omdat het bericht van de regeling pas in 1663 tot India was doorgedrongen

  • In 1675 verlaat hij definitief Ceylon. Het veroveren van heel Ceylon was niet gelukt en bovendien vonden de Heeren XVII dit een te dure aangelegenheid worden. Hij werd directeur-generaal in Batavia. 

  • Hij was gouverneur-generaal van 1678-1681. In deze functie was hij door een slechte gezondheid tot weinig in staat. Wel trachtte hij het uiterlijk vertoon te beperken en stimuleerde sterk het vorsen naar kennis op het gebied van land, volk, flora en fauna.

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij.

Goldberg, jhr.Johannes (1763-1828) minister van koloniŽn (directeur generaal) 1814 (wnd.) en 1815-1818.

Zie ook: Ministers van KoloniŽn.

Goltstein van Oldenaller, Willem baron van (1831-1901) minister van koloniŽn 1874-1876 en 1879-1882. Conservatief.

Zie ook: Ministers van KoloniŽn.

Gonggrijp, G.L. Resident van Rembang in de Ethische Periode. Hij schreef onder het pseudoniem de "Opheffer" vele artikelen voor o.a. "Het Bataviaasch Handelsblad"

Gorontalezen zijn woonachtig in de noordelijke arm van Celebes, met als centrum Gorontalo. Ze hebben een eigen taal (900.000 - 1989), die dicht bij de Filippijnse talen staat. De bevolking is hoofdzakelijk Islamitisch. De landbouw staat op een laag peil, maar er zijn wel talrijke takken van nijverheid: producten van rotan, gevlochten hoeden en dozen.

Zie ook: Bevolkingsgroepen.

Goud en Zilver Inlandse goudontginning dateert reeds van vůůr de Hindoe-rijken. Goud komt steeds voor samen met zilver. In de 1930'er jaren werd jaarlijks ca. 2.000 kg goud en 18.000 kg zilver gewonnen. Vindplaatsen: vooral Sumatra, Borneo en Celebes.

Gouvernements-Marine 

De "Dienst der Scheepvaart" viel onder het Departement der Marine, en had drie poten:

  • Dienst der Bebakening en Kustverlichting
  • Gouvernements-Marine, die ten dienste stond van het bestuur en de administratie om de verbindingen tussen de vele eilanden in stand te houden. De schepen konden geen grote aantallen mensen en grote hoeveelheden cargo vervoeren, daarvoor was de KPM beschikbaar. Veelal werden de schepen alleen buiten Java gebruikt. Ze dienden regelmatig als vervoersmiddel voor de Gouverneur-generaal.
  • Dienst der Gewestelijke Vaartuigen; deze stonden ter beschikking van de gewestelijke en plaatselijke bestuurshoofden, vooral op Java.

Vanaf 1929 was bepaald dat de schepen in geval van mobilisatie gemilitariseerd konden worden.

Dit geschiedde inderdaad in 1939.

Gouverneur-generaal In de periode van de VOC (1602-1799) was de gouverneur-generaal vanaf 1609 de hoogste gezagdrager in Oost-IndiŽ. Hij werd benoemd door de Heeren XVII.
In de 19e en 20e eeuw is hij hoofd van het Algemeen bestuur en oefende gezag uit in naam van de koning. Zijn regeringsbeleid was onder toezicht gesteld van de Staten-Generaal door tussenkomst van de minister van koloniŽn. Hij was hoofd van de uitvoerende macht en opperbevelhebber van de in IndiŽ aanwezige strijdkrachten.
De Gouverneur-generaal werd benoemd en ontslagen door de koning, op voordracht van de ministerraad.
Hij moest Nederlander zijn en tenminste 30 jaar oud. Hoewel er geen bepaling was betreffende de ambtstermijn, was het regel dat na vijf jaar het ontslag werd aangevraagd. 

Zie ook Bestuursstructuur, Bestuurlijke Topfuncties en Gouverneurs-generaal op rij.

Gouverneurs-generaal en hun leeftijd in functie.

Wat was de leeftijd van de GG's toen ze in werkelijke functie kwamen?

Het tijdvak 1602-1949 is verdeeld in periodes van 50 jaar en is de gemiddelde aanvangsleeftijd in de functie van Gouverneur-generaal berekend.

Hierbij zijn niet meegerekend de leeftijden van Pieter Both en Gerard Reynst, omdat hun geboortejaar niet bekend is. Tevens is de Britse periode 1811-1816 niet meegeteld.

WŤl zijn meegerekend de leeftijden van Jacques Specx en Cornelis van der Lijn, omdat hun 'vermoedelijke' geboortejaar bekend is, alsmede  waarnemende GG's, en de Commissaris-generaal die in functie was toen er geen Gouverneur-generaal in functie was: Bus de Gisignies.

  • 1602-1649  gemiddelde aanvangsleeftijd: 39,1
  • 1650-1699  gemiddelde aanvangsleeftijd: 51,8
  • 1700-1749  gemiddelde aanvangsleeftijd: 52,3
  • 1750-1799  gemiddelde aanvangsleeftijd: 53,3
  • 1800-1849  gemiddelde aanvangsleeftijd: 48,7
  • 1850-1899  gemiddelde aanvangsleeftijd: 50,9
  • 1900-1949  gemiddelde aanvangsleeftijd: 52,1

Als we kijken naar de VOC-periode en de periode erna dan zien we twee keer hetzelfde patroon: in de pionierstijd (1602-1649 en 1800-1849) gemiddeld resp. 39,1 en 48,7 jaar oud bij het in functie gaan. Daarna, in de periode van de consolidatie, lopen de leeftijden per periode steeds op.

Zie ook: VOC-CarriŤre, Gouverneurs-generaal: hun komen en hun gaan, en Gouverneurs-generaal op rij

Gouverneurs-generaal op rij.

A. Benoemd door de Heeren XVII:

B. Benoemd door de Nederlandse overheid:

Zie ook: VOC-CarriŤre, Gouveneurs-generaal: hun komen en hun gaan, en Gouverneurs-generaal en hun leeftijd in functie.

Gouverneurs-generaal: hun komen en hun gaan

Onderstaande overzichten willen een idee geven in wat voor hoedanigheid GG's naar IndiŽ gingen, en hoe het einde van hun functie was.

Het laat tevens zien hoe het plaatje er uit ziet in de VOC-periode, vergeleken met de periode er na.

De benoeming tot GG is het uitgangspunt, ook geldend voor waarnemende GG's, alsmede voor iemand die meer dan ťťn keer is benoemd. Meegeteld is Commissaris-Generaal Du Bus, omdat er op dat moment geen GG was. De Engelse periode is buiten beschouwing gelaten.

De genoemde percentages zijn afgerond.

A. Hoe naar IndiŽ? (vermeld is het aantal GG's met daarna het percentage)

  • onder de VOC-rang (onderkoopman, koopman, opperkoopman) of lage militaire rang:
    • VOC:   14 = 44%    /  na VOC:    2 =   6%
  •  in VOC-rang, en/of als bewindhebber of Raad van IndiŽ en later als gewoon ambtenaar met eventuele Indische opleiding:
    • VOC:   10 = 31%    /  na VOC:    5 = 15%
  • jurist:
    • VOC:    7 = 22%    /  na VOC:   18 = 53%
  • militair in hogere functie:
    • VOC:    1 =  3%    /  na VOC:     9 = 26%

 B. Hoe was de afloop van de GG-functie?

  • overleden in functie:
    • VOC:  17 =  53%   / na VOC:   3 = 9%
  • uit functie gezet:
    • VOC:   1 =    3%   / na VOC:    0 =  0%
  • in IndiŽ gebleven en daar overleden:
    • VOC:   5 =  16%   / na VOC:   2 =  6%
  • IndiŽ verlaten:
    • VOC:   9 =  28%   / na VOC:  29 = 85%

Hoe is het hoge sterftecijfer te verklaren onder de GG's in functie in de VOC-periode?

Niet doorslaggevend:

  • de gemiddelde aanvangsleeftijd als GG:
    • VOC-periode 49,1 jaar
    • na de VOC 50,6 jaar
  • de gemiddelde duur van de functie als GG:
    • VOC-periode 5,8 jaar
    • na de VOC 4,4 jaar
  • de medische zorg: pas in de loop van de 19e eeuw kwam hierin langzaam verbetering

 

Wel doorslaggevend:

  • tijdelijke en tijdige repatriŽring naar Nederland in de 19e en 20e eeuw vanwege gezondheidsproblemen
  • vooral het verschil in duur van verblijf in de tropen ten oosten van de Kaap:
    • VOC-periode gemiddeld bijna 32 jaar per persoon
    • na de VOC bijna 17 jaar per persoon

Voor het juiste beeld is bij deze laatste berekening het einde van de laatste benoeming van de GG beschouwd als het einde van zijn verblijf in de tropen.

De uitdrukking: "tropenjaren tellen dubbel" moge hieruit blijken!

Tevens laten de cijfers zien dat de binding met IndiŽ in de VOC-periode veel groter was dan in de periode er na: steeds vaker ging de GG pas naar IndiŽ als zijn ambtsperiode startte, om daarna direct weer naar Europa terug te keren.

Zie ook: VOC-CarriŤre en Gouverneurs-generaal en hun leeftijd in functie 

Gowa, Sultanaat in Makassar saboteerde het Nederlandse specerijen monopolie en trachtte de islam op te leggen aan z'n Boeginese buurstaten, wat in 1609 tot oorlog leidde. De VOC gaf in 1669 aan Gowa de genadeklap

Graaff, Simon de (1861-1953)

  • directeur Binnenlands Bestuur, 1906-1910;
  • minister van koloniŽn, 1919-1925 en 1929-1933. Tijdens tijdens periode was het afgelopen met de Ethische politiek, en werd er voor een conservatievere houding gekozen.

Zie ook: Ministers van KoloniŽn.

Graeff, jhr. Mr. Andries Cornelis Dirk de (1872-1957); 

Gouverneur-generaal 1926-1931

  • 1894: gepromoveerd in de rechtsgeleerdheid te Leiden
  • 1895: hij rondt de studie Opleiding Indische Bestuursdienst te Leiden af
  • 1895: te Buitenzorg ambtenaar ter Algemene Secretarie, ter beschikking gesteld van GG Van der Wijck (zijn latere schoonvader); vervolgens aldaar hoofdcommies en referendaris
  • 1905-1913: secretaris en eerste secretaris van het Gouvernement te Buitenzorg
  • 1914-1917: Raad van Nederlands-IndiŽ
  • 1917-1918: vice-president Raad van Nederlands-IndiŽ
  • 1918: gepensioneerd terug naar Nederland
  • 1920-1922: buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Tokio
  • 1922-1926: buitengewoon gezant en gevolmachtigd minister te Washington
  • 1926-1931: Gouverneur-generaal
    • hij kreeg te maken met ongeregeldheden op West-Java (1926), en de Westkust van Sumatra (1927); hij nam harde maatregelen en stuurde nationalisten naar het Boven-Digoelkamp op Nieuw-Guinea.
    • in de Volksraad kwam er een uitbreiding van de Indonesische leden, zodat die een meerderheid verkregen
    • er speelde het proces tegen Soekarno
  • 1931-1933: ambteloos
  • 1933-1937: Minister van Buitenlandse Zaken

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij.

Grensbepaling van Nederlands-IndiŽ  Toen de Europeanen neerstreken in zuidoost-AziŽ wisten zij de lokale vorsten aan zich te binden middels contracten, door dwang verkregen of door het aanbieden van bescherming tegen andere vorsten. In de regel respecteerden de Europeanen deze contracten van de andere Europese machten. Was de handel in een regio van groot belang (bijv. de Molukken) dan stond echter niets in de weg om tot strijd over te gaan. In de loop van de 17e eeuw gingen Europeanen onderling over tot overleg om tot gebiedsafbakening te komen. In voor de handel minder interessante gebieden (bijv. Nieuw-Guinea) was het plaatsen van een bord aan de kust reeds voldoende om tot afbakening te komen. Tot in de 19e eeuw was het lang niet geheel duidelijk wat van wie was. Vaak waren er geen contracten en contacten met lokale vorsten en waren er slechts kleine of helemaal geen Europese vestigingen.

In eerste instantie waren de Portugezen en Spanjaarden elkaars  tegenspelers in zuidoost-AziŽ , later de Nederlanders en de Engelsen.

  • De Molukken werden al snel van groot belang geacht door de Portugezen die er in 1512 verschenen. De Spanjaarden (Magelhaen) waren via Zuid-Amerika in 1521 in de regio verschenen en verklaarden de Filippijnen Spaans. Voor de Portugezen en Spanjaarden was er het probleem van het Verdrag van Tordesillas (1494): ca. 45į WL was van pool tot pool een denkbeeldige lijn getrokken: het gebied ten westen was voor Spanje, oostelijk mocht Portugal zich alles toe-eigenen. Maar wat te doen als je elkaar aan de andere kant van de wereld dan weer tegenkomt? Na 1521 kwamen de Spanjaarden terecht in de Molukken (Tidore). In 1522 vestigden de Portugezen zich definitief in de Molukken, i.t.t. tot de Spanjaarden, die af en toe opnieuw verschenen. In 1529 sloten de IberiŽrs het Verdrag van Saragossa, waarbij de Filippijnen onder Spanje bleef en de Molukken (na betaling van een som geld) werd toegewezen aan de Portugezen. Toch verschenen de Spanjaarden opnieuw op de Molukken: 1544-1546, en 1606-1663 op Tidore en Ternate. Maar het verdrag bleef officieel gelden, ook toen Portugal van 1580 tot 1640 onder Spanje viel. In 1599 verschenen de Nederlanders en maakten het de Portugezen moeilijk door de verovering van het fort op Ambon in 1605; in 1623 kwam een einde aan de Engelse aanwezigheid aldaar (Ambonese samenzwering). Het eiland Roen (Molukken) ging naar de Engelsen in 1654 (Vrede van Westminster) en met de Vrede van Breda in 1667 weer naar de VOC. In 1796 verschenen de Engelsen en ook de Fransen in de Molukse regio: de Engelsen vertrokken in 1802 bij de Vrede van AmiŽns. Maar in de periode 1810-1817 beheerden de Engelsen de gehele archipel, waarna de Molukken tot de Japanse aanval in 1942 onder Nederlandse invloed bleef.
  • Java was het tweede gebied waar de Nederlanders grotere invloed kregen, door de strijd rond Jayacarta 1619 en de stichting van Batavia. De Engelsen waren met hun handel al actief in de regio. Toen handel in Batavia voor hun onmogelijk werd gemaakt weken ze uit naar Banten, waar zij aanwezig waren van 1628-1682 tot hun de toegang werd ontzegd door de VOC. Verder had de VOC te maken met de interne machten: Banten, erkende in 1682 de opperheerschappij van de VOC, en Mataram deed dit in 1755.
  • Celebes wordt de Portugezen en Engelsen de toegang ontzegd door de VOC in 1667. De grensafbakening in het noorden met Mindanao en Soeloe had anders kunnen verlopen, toen in 1614 genoemde rijken de hulp van de VOC inriepen tegen de Spanjaarden. Maar de VOC ging er niet op in, zodat Soeloe en Mindanao genoodzaakt waren in 1624 vrede te sluiten met de Spanjaarden. Daarna vonden er nog een aantal niet erg doortastende optredens plaats door de VOC. Bij de Vrede van MŁnster in 1648 werd dan ook bepaald dat het gebied ten noorden van Celebes behoorde tot de Spaanse invloedsfeer.
  • Borneo lag lange tijd buiten het gezichtsveld van het Gouvernement. Pas in de 19e eeuw schudden de Engelsen ze wakker: op noord- Borneo verscheen James Brooke in 1842 in Serawak, in 1847 kwam Broenai onder Engelse vlag, en in 1885 zag Spanje af van zijn aanspraken op delen van noordoost Borneo als leenheer van Soeloe, zodat de British North-Borneo Company er neerstreek. In 1888 werden de drie delen verklaard te vallen onder de Britse kroon.
  • Sumatra kende vele Engelse vestigingen, zoals Benkoelen met fort Marlborough(vanaf 1714). Na de Franse tijd werd het Tractaat met Engeland in 1814 gesloten: Engeland gaf alles terug, behalve Kaap de Goede Hoop, Ceylon, de vestigingen Demerarie, Essequebo, Berbice (alle drie in Brits-Guyana) en Cochin (Malabar). Nederland kreeg in ruil hiervoor Bangka en Bernagore (bij Calcutta). In 1824 volgde een nieuw Tractaat met Engeland: Malakka en Singapore waren voor Engeland, alsmede het gehele vaste land van India. De Britten lieten Nederland: Sumatra, Billiton, de Carimons- eilanden (Batam, Bintan, Lingga). Nederland mocht echter geen vijandige maatregelen nemen tegen Atjeh. Bij het Tractaat met Engeland in 1871 zou Engeland geen bemoeienissen meer hebben met Siak en de rest van Sumatra (terwijl 't dat wel had gehad ondanks het Tractaat van 1824!) in ruil voor bezittingen aan de kust van Guinea, plus Nederland mocht vrije arbeiders van India voor Suriname contracteren (door het wegvallen van de slaven), en Engeland gaf Nederland de vrije hand in Atjeh, waardoor spoedig de Atjeh-oorlog startte.
  • Kleine Soenda Eilanden hadden weinig buitenlandse belangstelling. Alleen Portugal speelde nog een rol. Toen op Timor kopermijnen kwamen werd het belangrijk de grenzen vast te stellen. In 1859 volgde het Tractaat  met Portugal: voor fl.200.000 stonden zij de Alor- en de Solor-eilanden alsmede de bezittingen op Flores af, en behield Portugal Oost-Timor, de enclave Uikusi en Poeloe Kambing. De belangstelling van Nederlandse kant voor de Kleine Soenda Eilanden was pas laat gegroeid.
  • Nieuw-Guinea werd bij proclamatie in 1826 door Nederland tot kolonie verklaard; Nederland stelde de grens op 141į OL. In 1895 werd bij Tractaat door de belanghebbende Europese staten deze grens in Nieuw-Guinea om en nabij de 141į OL bevestigd en vastgelegd.

In het bovenstaande is te zien, dat pas in de 19e eeuw de grenzen van Nederlands-IndiŽ langzamerhand duidelijk zichtbaar werden. Dit was ook het gebied dat uiteindelijk de Republiek Indonesia zou heten.

Grondnoot (of apenootjes of pinda's) komt oorspronkelijk uit Zuid-Amerika. Het wordt hoofdzakelijk voor eigen gebruik geteeld, en is belangrijk vanwege het hoge vet- en eiwitgehalte, naast het zetmeel-hoofdvoedsel van rijst / maÔs / cassave.

Grondwet, nieuwe van IndonesiŽ per 17-08-1950, waarbij er geen kwestie meer was van een federatieve staat, maar van een eenheidsstaat, geregeerd vanuit Djakarta.
Op 5 juli 1959 keerde men terug naar de Grondwet van 1945, en werd de parlementaire democratie uitgeschakeld: de periode van de Geleide Democratie brak aan.

Groot, Hugo de (1583-1645), rechtsgeleerde. 

In de periode van de Eerste Expedities naar IndiŽ wensten de Staten van Holland geen strijd met de Spanjaarden en Portugezen aldaar. Alleen in geval van zelfverdediging mocht tot actie worden overgegaan. Doch de Portugezen waren niet van plan ons zomaar een handelsplekje te gunnen, waardoor dan ook de in 1602 opgerichte VOC in naam van de Staten-Generaal forten mocht bouwen, soldaten kon werven en zelf contracten mocht sluiten met inlandse vorsten.

De VOC gaf daarom de opdracht aan de 21-jarige Hugo de Groot (Hugo Grotius) om de eigen rechten van de Republiek, maar ook die voor de andere Europese landen, op een rij te zetten. In de jaren 1604-1605 kwam hij met 'De jure praedae commentarius', met als twaalfde hoofdstuk 'Mare Liberum'. Het werk werd tijdens zijn leven niet gepubliceerd. In 1609 verscheen wel het deel 'Mare Liberum', waarin hij opkwam tegen de opvatting van de Portugezen dat zij soevereiniteitsrechten op volle zee konden doen gelden.

Het in opdracht van de VOC geschrevene is een voor die tijd groots werk geweest. Doch zou Hugo de Groot dezelfde opdracht ca. 1680 gekregen hebben, toen de VOC zich al stevig had gevestigd in IndiŽ, dan zou 'Mare Liberum' waarschijnlijk iets minder 'liberum' zijn geweest.

Groot-ambtenaarsexamen ingesteld in 1864: een vergelijkend examen in Den Haag (opleidingen in Delft en Leiden) en Batavia: de besten kregen toegang tot de Indische ambtelijke dienst. In Batavia ontstond in 1867 de Afdeling B op het in 1860 geopende gymnasium Koning Willem III (in 1867 omgezet in HBS), wat vooral gunstig was voor de Indo-Europeanen.

Tussen 1865 en 1899 telde het aantal afgestudeerden in Batavia 370, en in Leiden/Delft 1119 (juristen niet meegerekend)

Het examen omvatte:

  • Een algemeen gedeelte, dat verdween toen de stof op de HBS werd geŽxamineerd
  • Verplicht:
    • geschiedenis
    • land- en volkenkunde
    • kennis van de staatsinstellingen in Nederlands-IndiŽ
    • Maleis of Javaans
  • Facultatief:
    • de beginselen van enige andere in de archipel gangbare inheemse taal
    • godsdienstige wetten, volksinstellingen en gebruiken van Nederlands-IndiŽ
    • landmeten en waterpassen
    • boekhouden

Vanaf 1872 ging 'godsdienstige wetten, volksinstellingen en gebruiken van Nederlands-IndiŽ' naar verplicht, en verdwenen 'landmeten en waterpassen' en 'boekhouden' van de lijst.

Men kon deelnemen aan het Grootambtenaarsexamen met een:

  • HBS-diploma
  • Gymnasiumdiploma (vanaf 1878)
  • universitair examen of een graad (candidaat of doctor)
  • einddiploma landbouwschool Groningen, en vanaf 1876 ook Rijkslandbouwschool Wageningen
  • voldoend eindexamen vanaf 1871 aan het Koninklijk Instituut voor de Marine of de Koninklijke Militaire Academie

Zie ook: Opleiding Indische ambtenaren.

Groot-Indie Studenten Conferentie, 2e 1928; waar het denkbeeld werd geproclameerd van een Indonesische staat (ťťn volk, ťťn taal, ťťn natie).

Zie ook Indonesisch Jeugdcongres.

Grote Postweg; weg die loopt over de gehele lengte van Java, van Anjar in het westen tot Panaroekan in het oosten met een lengte van ca. 1000km. De weg is aangelegd in de periode 1808-1811 onder Gouverneur-generaal Daendels;  bestaande stukken weg werden verbeterd en nieuwe gedeelten aangelegd. De bevolking langs die weg was gedwongen hieraan mee te werken.  Deze weg werd in de eerste plaats aangelegd om  militaire bewegingen te bespoedigen. Voorbeeld: de reis van Batavia naar Soerabaja nam eerst drie weken in beslag, nu ťťn week tot veertien dagen. Onderweg kon men op wisselplaatsen zich voorzien van verse paarden en/of buffels. 

De route liep van Anjar naar Batavia, vervolgens langs Buitenzorg, Bandoeng, Tjeribon, Tegal, Demak, Rembang, Soerabaja, Probolingo, Besoeki om bij Panaroekan uit te komen.

Grote Soenda-eilanden = Java, Sumatra, Borneo, Celebes.

Gutta-percha-cultuur Ook wel 'getah pertja' genoemd en lijkt op rubber cq. plastic. De gutta was bij gewone temperatuur hard, werd boven de 50į vervormbaar en bij daling van temperatuur opnieuw hard. Het werd gebruikt als isoleringmateriaal  voor onderzeese telegraafkabels; na de invoering van de draadloze telegrafie ging de betekenis van dit product achteruit. Wel werd het materiaal verwerkt in golfballen. Tegenwoordig wordt het o.a. nog gebruikt in de tandheelkunde. Aanvankelijk groeiden de bomen die gutta leverden alleen op Sumatra en Borneo, maar aan het eind van de 19e eeuw legde het gouvernement een aanplant aan op Java.

Telegraafkabel: het zwartgekleurde is gutta. 

Terug naar de startpagina