Terug naar de startpagina
Maarseveen, Johannes Henricus van (1894-1951), KVP, ad interim minister van Overzeese Gebiedsdelen van februari tot juni 1949, en daarna als minister van dit ministerie tot maart 1951. Hij was de opvolger van Sassen. Bij de Soevereiniteitsoverdracht van 24 december 1949 veranderde de functie van naam: minister van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen.

Zie ook: Ministers van KoloniŽn.

Maas Geesteranus, A.H. directeur Binnenlands Bestuur, 1925-1929

Mackay, ∆neas baron (1838-1909); minister van koloniŽn 1890-1891 (ARP)

Zie ook: Ministers van KoloniŽn.

Madioen-opstand 18 september 1948 Lokale communisten van de PKI nemen de macht in Madioen over. Oorzaak: onderlinge Republikeinse strijd tussen radicalen en gematigden, alsmede problemen bij de grondhervorming. Moeso en andere PKI-leiders reppen zich naar Madioen om zich bij de opstand aan te sluiten. Soekarno liet de Siliwangi-divisie naar Madioen oprukken. De strijd wordt verder gevoerd in de omgeving van de stad, waar Moeso op 31 oktober 1948 omkomt. Rond 1 december 1948 is de communistische opstand neergeslagen. Dit gebeuren maakt een zeer goede indruk op de Verenigde Staten i.v.m. het opkomen van communistische krachten op vele plaatsen in de wereld in de aanloop naar de Koude Oorlog.

Madoera eiland aan oostkust Java

  • VOC nam vaak Madoerezen is dienst als soldaat, opzichter of bewaker.
  • 1624 ingelijfd bij het rijk Mataram van sultan Agoeng.
  • 1747 geheel onder VOC-gezag
  • Bekend om de zoutwinning.
  • 1813: instelling van het gouvernementsmonopolie op de zouthandel tijdens de Engelse periode: Madoerezen wonnen zout, en verkochten dit aan de Dienst der Zoutregie voor een goede prijs.
Madoerezen Naam van de inheemse bewoners van het eiland Madoera; ze zijn ook neergestreken op de kleinere omliggende eilanden en op west-Java, ten zuiden van de Straat Madoera.

Ze zijn, zoals dat reeds in de koloniale tijd werd vermeld, minder 'verfijnd' dan de Javanen, zowel uiterlijk als in de omgang: veel directer t.o.v. van anderen.

Bij de vermakelijkheden horen vooral spelen waarbij competitie van belang is: stierenwedrennen, wedstrijden met duiven, hanengevechten en stierengevechten. Al in de tijd van de VOC werden Madoerezen graag aangenomen als soldaat vanwege hun reputatie van dapperheid en vechtlust.

De taal, het Madoerees, staat dichtbij het Javaans en wordt door ca. 10 miljoen mensen gesproken.

Als voedsel is rijst, naast djagoeng (maÔs) van belang, evenals zeevis. Niet de buffels maar de runderen zijn belangrijk voor de Madoerezen en worden de beste van de archipel genoemd.

Hun godsdienst is de Islam, die ze op meer orthodoxe wijze betrachten dan op Java het geval is.

Zie ook: Bevolkingsgroepen en Zoutregie.

Maetsuyker, Joan (1606-1678); 

  • In 1636 nam de VOC hem in dienst als pensionaris van de Raad van Justitie in Batavia

  • Hij stelde de Bataviase Statuten van 1642 samen.

  • Hij werd de langstzittende Gouverneur-generaal (1653-1678); om de functie te krijgen moest hij van Rooms-katholiek Hervormd worden; . In zijn periode werd de macht van de Portugezen en Spanjaarden in dit gebied uitgeschakeld. In 1666-1669 werd Makassar verslagen, en kreeg de VOC territoriale macht. 1674 hielp hij Mataram bij een opvolgingskwestie en wist zo de VOC-invloed in dit gebied te vergroten. Helaas moest in 1662 het fort Zeelandia op Formosa worden prijsgegeven.

  • Het was Maetsuyker die Rumphius aan een adviseursbaan hielp, toen deze blind was geworden en door de gouverneur van Ambon op een zijspoor was gezet. Hierdoor kon deze verder gaan met zijn onderzoekingen.

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij.

Mahabharata, na Ramayana het tweede grote Indiase epos, dat de machtsstrijd schildert tussen twee takken van de Bharata-dynastie, de Pandava en de Kaurava. De overwinnaar is de edele Pandava.

Mailboot of passagiersschepen naar de Oost, i.t.t. cargoboten of vrachtschepen. Vanaf 1889 werd in de scheepsbouw dit onderscheid gemaakt. Zie ook Stoomvaart Maatschappij Nederland en de Rotterdamsche Lloyd.

MaÔs, vooral verbouwd op Midden- en Oost-Java, en op Madoera en Celebes. Het grootste deel van de opbrengst is voor eigen gebruik

Majapahit stad gesticht door Raden Wijaya (=schoonzoon Kertanegara) na 1292. Onder de naam koning Kertajarasa verslaat hij Jayakatwang en de binnenvallende Chinezen. Majapahit wordt het grootste en machtigste hindoe-Javaanse Rijk. Hoogtepunt van bloei onder koning Hayam Woeroek (1350-1389) en zijn rijksbestuurder Gajah Mada: ze bestreken de gehele Indische archipel. In de periode 1389-1527 volgt langzame neergang van macht en invloed door de opkomst van de islam. In 1527 verdrijft het Midden-Javaanse sultanaat Demak de laatste Majapahit-vorst

Makassar (nu Ujung Pandang, ZW Celebes). In 1667 veroverde Nederland het oude fort (van 1545) en herbouwde het in Fort Rotterdam. Dipo Negoro werd hier 27 jaar gevangen gehouden.

Makassar was ťťn van de VOC-locaties. De belangrijkste vestigingen waren:

  • Makassar, hoofdcomptoir. In de 18e eeuw werd het een Gouvernement. Het was een belangrijk handelscentrum.

  • Salayar, eiland, residentie. Producten: hout en katoen. Fort: 'Defensie'.

Malabar Streek aan de westkust van India, zuidelijk deel (zie kaart), waar een belangrijke VOC-locatie was.

Toen de VOC in 1658 de Portugezen van Ceylon en van de zuidoostkust van India had verdreven, volgden in de periode 1658-1663 vijf expedities om ook de Portugezen uit Malabar te verwijderen. Toen dit was gelukt zei Rijckloff van Goens dat de VOC de hand van de bruid had verworven, doelend op de lucratieve peperhandel. Doch het pepermonopolie werkte op den duur niet en de kosten voor fortificaties en veldtochten waren zeer hoog.

Na 150 jaar Portugese invloed bleef de lingua franca het Portugees, en had het protestantisme geen schijn van kans

De belangrijkste vestigingen:

  • Cochin (viel vůůr 1663 onder de locatie Ceylon) van 1663-1795, hoofdcomptoir met een commandeur. Producten: aanlevering van peper en kaneel.
  • Quilon (Coylan), vanaf 1661 comptoir. Handel: aanlevering van peper en parels.
  • Cannanore: comptoir 1663-1790. Producten: peper en kardamon (specerij)
  • Kundapura: residentie van 1667 tot ca. 1682, loge. Handel: inkoop van rijst.
  • Cape Comorin: zie Ceylon.
  • Kayankulam, residentie vanaf ca. 1645, comptoir. Product: peper.
  • Ponnani: post vanaf 1663, residentie, loge.
  • Purakkad (Porca): residentie, loge. Product: peper.
  • Tengapatnam: zie Ceylon.

Commandeurs van Malabar:

  • 1663-1665  Ludolph van Coulster
  • 1665-1667  IJsbrand Godske(n) (zie hem ook bij Zuid-Afrika en   PerziŽ)
  • 1667-1669  Lucas van der Dussen (zie hem ook bij PerziŽ)
  • 1669-1676  Hendrik Adriaan van Reede tot Drakestein
  • 1676-1678  Jacob Lobs
  • 1678-1683  Marten Huysman (zie hem ook bij Bengalen)
  • 1683-1687  Gelmer Vosburgh (zie hem ook bij Malakka en Suratte)
  • 1688-1693  Isaack van Dielen
  • 1693-1694  Alexander Wigman
  • 1694-1696  Adriaan van Ommen
  • 1697-1701  Magnus Wichelman (zie hem ook bij PerziŽ)
  • 1701-1704  Abraham Vink
  • 1704-1708  Willem Moerman (zie hem ook bij Malakka)
  • 1708-1709  Adam van der Duijn
  • 1709-1716  Barend Ketel
  • 1716-1723  Johannes Hertenberg (zie hem ook bij Ceylon)
  • 1723-1731  Jacob de Jong
  • 1731          Wouter Hendriks (zie hem ook bij Ceylon)
  • 1731-1734  Adriaan Maten
  • 1734-1742  Julius Valentijn Steijn van Gollonese (zie hem ook bij   Ceylon)
  • 1742-1747  Reinierus Siersma
  • 1747-1751  Corijn Stevens
  • 1751          Abraham Cornelis de la Haye
  • 1751-1756  Frederik Cunes
  • 1756-1761  Casparus de Jong
  • 1761-1764  Godefried Weyerman
  • 1764-1768  Cornelis Breekpot
  • 1768-1770  Christiaan Lodewijk Senff (zie hem ook bij Suratte)
  • 1770-1781  Adriaan Moens
  • 1781-1793  Johan Gerard van Angelbeek (zie hem ook bij Ceylon)
  • 1793-1795  Jan Lambertus van Spall

Zie ook: andere VOC-locaties.

Malaka, Tan   (1897-1949).

Legendarische marxistische voorman die in januari 1946 opriep tot het vormen van een volksfront: de Persatoean Perdjoeangan. Op 17 maart 1946 werd hij gearresteerd en gevangengenomen: Soekarno kon geen radicalen gebruiken, nu er onderhandelingen met Nederland aan zaten te komen. In 1949 werd hij door een TNI-officier geŽxecuteerd.

Malakka Het door zijn ligging zeer strategische Malakka (zeeverbinding tussen India, China en oost-IndonesiŽ) ging een aantal keren over in andere handen:
  • 1511 werd het veroverd door de Portugezen.
  • 1641 kwam het in handen van de VOC, dankzij de steun die Atjeh en Johore verleenden tegen het Malakka van Portugal.
  • 1795 nemen de Engelsen Malakka over.
  • 1818-1824/1825 zijn de Nederlanders weer terug.
  • 1824 kreeg Engeland via het Tractaat van Londen definitief het volledig gezag over Malakka.

Malakka was een belangrijke VOC-locatie, met als belangrijkste vestigingen:

  • Malakka, 1641-1795, gouvernement, waarbij ook Riouw Lingga en gebieden op Sumatra behoorden. Internationale stapelplaats. Product van deze regio was tin.
  • Tanjungpinang (Riouw), vanaf ca. 1784, residentie. Stapelplaats. Product: tin.

Stadthuys Malakka uit 1650, dat diende als residentie van de Gouverneur

Gouverneurs van Malakka:

  • 1641-1642  Johan van Twist
  • 1642-1645  Jeremias van Vliet (zie hem ook bij Siam)
  • 1645-1646  Arnold de Vlaming van Oudshoorn
  • 1646-1662  Jan Thijssen Payart (zie hem ook bij Ceylon)
  • 1662-1665  Jan Anthonisz. van Riebeeck
  • 1665-1677  Balthasar Bort
  • 1677-1680  Jacob Joriszn. Pits (zie hem ook bij Coromandel)
  • 1680-1684  Cornelis van Quaalberg (zie hem ook bij Zuid-Afrika)
  • 1684-1685  Mr. Nicolaas Schag(h)en (zie hem ook bij Bengalen)
  • 1685          FranÁois Tack
  • 1686-1691  Thomas Slicher
  • 1692-1696  Gelmer Vosburgh (zie hem ook bij Malabar en Suratte)
  • 1697-1700  Govert van Hoorn
  • 1700-1704  Bernard Phoonsen
  • 1704           Johan Grotenhuys (waarnemend)
  • 1704-1706  Carel Bolner
  • 1706-1709  Pieter Rooselaar
  • 1709-1711  Willem Six
  • 1711-1717  Willem Moerman (zie hem ook bij Malabar)
  • 1717-1727  Herman van Suchtelen
  • 1727-1730  Johan Frederik Gobius
  • 1731-1736  Pieter Rochus Pasques de Chavonnes (zie hem ook bij Zuid-Afrika)
  • 1736-1743  Rogier de Laver (zie hem ook bij Japan)
  • 1743-1749  Willem Bernhard Albinus
  • 1749-1753  Pieter van Heemskerk
  • 1754-1758  Willem Dekker
  • 1758-1764  David Boelen (zie hem ook bij Japan)
  • 1764-1772  Thomas Schippers
  • 1772-1776  Jan Crans (zie hem ook bij Japan)
  • 1776          Pierre Jean Louis de Fillietaz
  • 1776-1788  Pieter Gerardus de Bruijn
  • 1788-1795  Abraham Couperus
  • 1795-1818  Engelse periode
  • 1818-1823  Jan Samuel Timmerman Thijssen
  • 1823-1824  A. Koek (waarnemend)
  • 1824-1825  Hendrik Stephanus van Son

Zie ook: Grensbepaling van Nederlands-IndiŽ.

Malaria In 1733 brak in Batavia deze ziekte uit die zeer veel slachtoffers heeft geŽist, tientallen jaren de stad reŽel bedreigde in zijn bestaan en daardoor tevens het systeem van de VOC in de Oost deels ontwrichtte en in gevaar bracht. Voor een niet te onderschatten deel is de terugval van de VOC in de 18e eeuw hieraan te wijten.

Tot ca. 1730 was aan boord van de schepen scheurbuik de eerste doodsoorzaak. Daarna zorgde vlektyfus, veroorzaakt door slechte hygiŽne, voor vele slachtoffers; tussen 1770 en 1774 stierf 20% binnen drie maand na vertrek uit Europa. Malaria kun je echter niet op zee oplopen.

Oorzaak van de malaria was de aanwezigheid van de malariamug, die door een aantal oorzaken een kans kreeg en in feite Batavia ontwrichtte:

  • tot 1619 was de Tjiliwoeng een schone rivier; na 1659 begon ten behoeve van de houtwinning het kappen van de oerwouden in de nabijheid van Batavia, werden aldaar sawa's en suikerplantages aangelegd en kwam bovendien in 1699 de Goenoeng Salak tot een uitbarsting: veel materiaal en modder kwam in de rivier terecht.
  • hierdoor ging het water in de rivier en in de grachten trager stromen, de zandbank voor de kust groeide door de modder sneller en de aanslibbing van het strand was aanzienlijk: in 1619 lag het Kasteel pal aan zee, in 1795 lag het bijna 2 km van de zee af!
  • na 1730 werd begonnen met de aanleg van visvijvers in de strook tussen het Kasteel en de zee.
  • dit ondiepe water was de ideale broedplek voor de malariamug, die floreert in stilstaand water, waarbij een temperatuur van 20-32įC nodig is om eieren te leggen. 
  • in 1733 werd gemeld dat de moessons ongeregeld zijn geworden, waardoor de hoeveelheid vochtigheid en regen anders dan normaal waren
  • gevaar voor de gezondheid is er tot maximaal 2km van de broedplek om gestoken te worden, en alleen na zonsondergang; ook was er hier geen gevaar op een iets hogere plek, ca. twee meter was al voldoende. 
  • het Kasteel lag in de gevarenzone, en vooral de nieuwkomers werden snel het slachtoffer:
    • vůůr 1733 overleed 5 ŗ 10 % van de VOC-dienaren in het eerste jaar
    • na 1733 40 ŗ 50 %
    • in 1775 zelfs 60 ŗ 70 %
  • zij die de eerste besmettingen overleefden waren ca. tien jaar lang zwak en ziekelijk; daarna is men er immuun voor, maar dan is het wel nodig 1 ŗ 2 keer per jaar opnieuw besmet wordt om de immuniteit te onderhouden.(!)
  • het gevolg was het verval van Batavia, te weinig mensen voor de functies en het wegtrekken uit oud-Batavia; het Kasteel werd in de periode van Daendels  afgebroken
  • vanaf 1762 werd het gebruik van kinine als medicijn mondjesmaat toegepast; pas vanaf 1854 was kinine ruim beschikbaar door de aanleg op Java van plantages: de van oorsprong in Peru en Ecuador groeiende kinabomen bevatten in hun bast het in Zuid-Amerika bij de indianen allang bekende geneesmiddel; in 1934 werd chloroquine ontwikkeld: de synthetische kinine.

Hoe kom je aan malaria: de vrouwelijke malariamug heeft bloed nodig voor de rijping van de eitjes. Door een mens te steken die al malaria heeft, krijgt de mug zelf de malariaparasiet in haar lijf. Bij het steken van een nieuw  persoon komt speeksel vrij om bloedstolling tegen te gaan, waardoor de parasiet in het mensenlichaam komt.

Maleis

  • Pasar-Maleis = handelstaal
  • Riouw-maleis = taal van de oude letterkundige werken
  • In 1908 ging de "Commissie voor de Volkslectuur" (Balai Poestaka) van start om het Maleis te standaardiseren en te komen tot een officiŽle spelling
  • De Perhimpoenan Indonesia en het Indonesisch Jeugdcongres in 1928 besloten dat het Maleis de nationale eenheidstaal moest worden:  Bahasa Indonesia

Zie ook bij Taal.

Malino-conferentie 16 juli 1946 (Celebes). Van Mook wilde komen tot de vorming van "De Grote Oost" die samen met Borneo, Sumatra en Java tot een federatieve staat zou worden gesmeed. Allen waren het eens over: "Zelfstandigheid binnen rijksverband", waarbij IndonesiŽ binnen vijf tot tien jaar tot die zelfstandigheid zou komen. De Nederlandse regering meldde als reactie dat de Nederlandse politiek niet gericht kon zijn op onafhankelijkheid van IndonesiŽ . Ook waren de reacties op Borneo en "De Grote Oost" niet overtuigend: de oude elite was bang voor de periode na die echte onafhankelijkheid, en anderen vonden dat die periode juist niet gauw genoeg kon aanbreken. Er heerste een 'sfeer van beheerste onrust'.

Zie ook: Conferenties, stappen en gebeurtenissen in de relatie tussen Nederland en IndonesiŽ 1945-1963.

Manado Plaats op noord-Celebes, waar in 1655 het Fort Amsterdam werd gebouwd.

Manadonezen / Minahasers Bewoners van het uiterst noordoostelijke deel van het noordelijk schiereiland van Celebes, bij de stad Manado. Het gebied is vulkanisch en vruchtbaar.

In 1679 werd al het eerste verbond met de VOC gesloten. 

Dit volk had de gewoonte om hun doden bij te zetten in een grote stenen urn (timboekar, tiwoekar of waroega) met een deksel, waarin het lijk in zittende houding werd geplaatst. Later is de bevolking voor het overgrote deel naar het Christendom overgegaan.

In het begin van de 20e eeuw konden velen al lezen en schrijven, waardoor velen als ambtenaar, militair of in de scheepvaart elders in de archipel werkzaam waren.

Door hun tamelijk hoge niveau en omdat zij Christenen waren, was het contact met de Europeanen goed en intensief, zodat Manado en omgeving wel de 12e provincie van Nederland werd genoemd. 

Zie ook: Bevolkingsgroepen.

Mandi "zich baden": typisch Indisch/Indonesisch stortbad: vanuit een betegelde waterkuip wordt met een bakje koel water geschept en door de bader over zich heen gegoten. Veelal wordt er twee keer per dag 'gemandied".

Mangoenara Vorstenland dat zich in 1757 afsplitste van Soerakarta. Na de Revolutie had het geen speciale status meer. Zie ook Mataram.

Mantri inheems ambtenaar van lager rang, opzichter

Mantri oeloe-oeloe inheems ambtenaar bij de waterstaat

Mardijkers zijn van oorsprong allereerst inlandse soldaten geweest, die in de oorlogen met Spanjaarden en Portugezen in de Molukken krijgsgevangen waren gemaakt, en bereid waren om na vrijlating hun diensten aan te bieden aan de VOC. Voor het grootste deel waren het echter vrijgelaten, niet-Indische slaven, die voornamelijk uit India (en Afrika) afkomstig waren. Ook kwamen deze mensen van door de VOC veroverde plaatsen en schepen. Bijna allen waren ze Christenen, kleedden zich Portugees en gebruikten een creools-Portugees als voertaal. Het aantal Indische ex-slaven (van Celebes en vooral Bali, maar niet van Java) groeide, waardoor Indische elementen en het Maleis steeds meer invloed kregen. In de loop van de 18e eeuw gingen de Mardijkers op in de Maleise samenleving, in de kampong.

In 1777 waren er nog zes Mardijker compagnieŽn (1200 man) in dienst van de VOC, die o.a. werden ingezet bij de nachtelijke bewaking van het stadhuis. In 1803 was er nog slechts ťťn compagnie met 115 man. De laatste compagnie verdween in 1808.

De naamgeving van de Mardijkers is heel herkenbaar:

  • een patroniem: een Portugese of Nederlandse voornaam met de naam van de vader als achternaam: bv. Francisco Pietersz.
  • een toponiem: een Portugese of Nederlandse voornaam met de plaats of het gebied van oorsprong als tweede naam: bv. Pieter van Bengalen.

Samen met de Mestiezen vormden ze de christen-inlandse burgerij, die voor de VOC een stabiliserende factor was in de Bataviase samenleving.

Zie ook bij: Krontjongmuziek.

Marhaens 'de groep van arme mensen'. Soekarno sprak van 'marhaenisme' waarmee hij de grote groep van kleine boertjes bedoelde, waarop hij mede steunde om de nationale eenheid en waarden als ideologie te handhaven. Als jonge student was Soekarno op het platteland in gesprek gekomen met een tani (boer), in de buurt van Bandoeng. Deze man noemde zich 'Marhaen' ( lett. keuterboertje): hij was arm, had geen werknemers, maar was wel z'n eigen baas.
Marine in de 20e eeuw Ca. 1900 waande men zich in IndiŽ veilig achter de rug van de Britse Royal Navy in AziŽ. Tevens en daardoor was de vloot slechts het verlengstuk van het KNIL

In dezelfde periode waren er twee belangrijke ontwikkelingen:

  • de internationale wapenwedloop, waardoor de Britten genoodzaakt waren zich meer op Europa te richten, maar tevens de ontwikkeling van de Japanse vloot
  • In Nederlands-IndiŽ was er steeds meer aandacht voor de Buitengewesten.

In 1912 boog een Staatscommissie zich over de nieuwe ontwikkelingen en kwam tot de conclusie, dat er een artillerievloot nodig was met zware slagschepen, om zo minder/ niet afhankelijk te zijn van buitenlandse hulp. Daartoe zouden er 9 slagschepen (waarvan 5 permanent in de Indische wateren), 6 kruisers, 8 torpedobootjagers en een aantal kleinere schepen nodig zijn. Doch het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog in 1914 gooide roet in het eten.

Na de Eerste Wereldoorlog kwam er de Commissie-Gooszen, die uitging van een vloot die acties moest kunnen vertragen tot bondgenoten te hulp zouden schieten. Hun plan was de bouw van een 'minimumvloot', bestaande uit 4 kruisers, 24 torpedobootjagers, 32 onderzeeŽrs en 108 vliegtuigen, te bouwen in een periode van 12 jaar.

Bij de Conferentie van Washington 1921-1922 was Nederland wel aanwezig, maar had er geen stemrecht. Wel beloofden de vier belangrijkste partijen, t.w. de U.S.A., Groot-BrittanniŽ, Japan en Frankrijk de integriteit van Nederlands-IndiŽ te zullen respecteren.

De Vlootwet van 1922-1924 hield een 'halve minimumvloot' in, te bouwen in zes jaar; daarna zou verder worden gekeken wat de mogelijkheden waren. Doch de wet werd afgestemd, waardoor een impasse ontstond.

In 1927 werden de Defensiegrondslagen bepaald; deze hielden ondermeer in: 2 kruisers, 8 jagers en 12 onderzeeŽrs, waarbij de rol van de vloot belangrijker werd dan die van het leger.

In 1930 kwam het plan om te komen tot een vlootreserve van 1 kruiser, 4 jagers en 6 onderzeeŽrs, omdat regelmatig schepen in de dokken lagen voor onderhoud. Maar nu sloeg de grote economische crisis toe.

In 1938 werd de dreiging zo groot dat een plan voor de bouw van 3 grote slagschepen reeds bij de Tweede Kamer lag, maar toen werd het 10 mei 1940.......

In 1941, aan de vooravond van de Japanse aanval bestond de Nederlands-Indische Marine uit:

  • 4 kruisers (Java, De Ruyter, Celebes, Tromp)
  • 7 torpedobootjagers (Evertsen, Kortenaer, Piet Hein, Van Ghent, Van Nes, Witte de With en Banckert)
  • 7 mijnenleggers (Pro Patria, Krakatau, Rigel, Prins van Oranje, Gouden Leeuw, Ram en Regulus)
  • 4 mijnenvegers (Jan van Amstel, Pieter de Bitter, Abraham Crijnssen en Eland Dubois)
  • 15 onderzeeŽrs (o.a. KVII - IV, KXI-VII, O16, O19, O20)
  • en diverse kleinere schepen

 

 Hr.Ms. Java

 

  

Hr.Ms. De Ruyter

De algehele leiding in de wateren van Nederlands-IndiŽ tijdens de Japanse opmars was in handen van vice-admiraal Helfrich, terwijl schout-bij-nacht Doorman de leiding had over het geallieerde eskader van kruisers en torpedobootjagers (destroyers).

Masjoemi november 1945 opgericht als partij voor de nationalistische islamieten. Werd in 1960 op bevel van Soekarno ontbonden.

Mata gelap (duister oog) in de betekenis van 'verblind van drift', dol of bezeten. De Nederlandse term was 'tropenkolder'.

Zie ook: Amok 

Mataram Midden-Java

Vorsten, sultans van Mataram vanaf 1582:

  • 1582-1601 Soetawijaya Senopati
  • 1601-1613 Mas Djolana
  • 1613-1645 Tjakrakoesoeman Ngabdoerrachman (Sultan Agoeng), na 1625 'soesoehoenan'
  • 1645-1677 Praboe Amangkoerat I (Soenan Tegalwangi)
  • 1677-1703 Amangkoerat II
  • 1703-1705 Amangkoerat III (Soenan Mas)
  • 1705-1719 Pakubuwono I (ook wel Pakoeboewana, Pakubowono, of Pakubuwana) (Soenan Poeger)
  • 1719-1725 Amangkoerat IV
  • 1725-1749 Pakubuwono II
  • 1749-1788 Pakubuwono III, vanaf 1755 alleen over Soerakarta

Zie verder bij Soerakarta, Djokjakarta en Grensbepaling van Nederlands-IndiŽ.

Matelief de Jonge, Cornelis (1569-1632) 

Eťn van de oprichters van de VOC; vele van de door hem gelanceerde ideeŽn vormden een blauwdruk voor de verdere ontwikkeling van de Compagnie, zoals:

  • concentratie op de specerijeilanden (de Molukken)
  • centrale organisatie in IndiŽ, en dat werd Batavia, omdat de voedselvoorziening op de Molukken niet voldoende was.
  • leiding in handen van een gouverneur-generaal
  • instellen van een verzamelplaats
  • een economisch systeem dat gebaseerd was op de inter-Aziatische handel, dat zich zelf zou moeten bedruipen. 

Als admiraal van de vloot (1605-1608) deed hij een vergeefse poging om Malakka te veroveren (1605), en bouwde hij op Ternate het fort Oranje (1607).

Van 1608-1609 was hij hoofd van Banten.

Mauritius Eťn van de vier schepen die deelnam aan de Eerste Expeditie
Mauritius, het eiland, ten oosten van Madagascar. 
  • Vanaf het begin van de 16e eeuw kenden de Portugezen het eiland, maar ze verbleven er niet permanent en ze maakten er ook geen aanspraak op
  • in 1598 werd het tijdens de tweede tocht, die onder leiding stond van  Jacob van Neck, door Wijbrandt van Warwijck in bezit genomen. Het eiland werd genoemd naar prins Maurits. 
  • Na 1614 werd het vaker aangedaan door de thuisvaarders omdat voor de heenreis de 'Brouwerroute' te zuidelijk lag
  • In 1638 nam de VOC het officieel in bezit om het te gebruiken als aanloophaven en verversingsstation: een bezetting van 25 man o.l.v. opperhoofd Cornelis Gooyer; tevens kon het ebbenhout aldaar goed worden gebruikt bij reparaties. Het Fort Frederik Hendrik was niet meer dan een verschansing.
  • In 1639 kwam Commandeur Van der Stel en waren er al 80 man; hij  voerde de rietsuikercultuur in. Tevens werd Mauritius een verbanningsoord. De groei van andere gewassen dan suikerriet, tabak en zoete aardappelen mislukte vanwege ratten en sprinkhanen.
  • Na 1640 vestigden zich er vrijburgers, maar de totale bevolking kwam nooit boven de 100.
  • Van 1658 tot 1664 was Mauritius onbezet: de vestiging in Zuid-Afrika was veel gunstiger. De bewoners vertrokken naar Ceylon of Batavia.
  • In 1664 kwam de VOC toch terug met 13 man voor de bezetting van het fort: de reden was dat het VOC-schip de "Arnhem" er schipbreuk had geleden en de bemanning het er gemakkelijk een jaar lang hadden uitgehouden zonder problemen; nog belangrijker was de dreiging van bezetting door de Engelsen of Fransen
  • In 1706 leefden er ca. 250 personen
  • In 1710 verliet de VOC het eiland, omdat het ebbenhout op was; de bewoners vertrokken naar de Kaap. 
  • In 1712 bezetten de Fransen het eiland 
  • In 1810 werd het bezet door de Engelsen. 
  • In 1968 verkreeg Mauritius de onafhankelijkheid.

Mauritius is tevens bekend vanwege de Dodo.

Max Havelaar zie Eduard Douwes Dekker

Meester Cornelis heette in feite Cornelis Senen, op Lontar (Banda) geboren als zoon van ťťn van de orang-kaya (rijke mannen) van het eiland. Na de acties van J.P. Coen kwam hij in 1621 in Batavia. In 1635 leidde hij een schooltje aldaar; verder deed hij twee keer per dag het gebed onder inlandse Christenen en las 's zondags een preek voor in het Maleis. In de Bandanese wijk was hij wijkmeester. Vanaf 1642 mocht hij als tijdelijk proponent preken in het Portugees en Maleis. In 1657 werd hij afgewezen tijdens een examen, en werd nooit als predikant benoemd.

In 1656 werd hij bezitter van een stuk grond van ca. vijf km≤ aan de rivier de Tjiliwoeng, ca. 12 km ten zuidoosten van het Kasteel Batavia, bestemd voor de houtkap. In 1661 stierf Meester Cornelis. Maar zijn naam bleef verbonden aan dit grondgebied.

Vanaf 1706 werd op zijn oude gebied een buffelmarkt gehouden, waaruit een donderdagpasar ontstond. In 1734 werd het fortje aldaar ommuurd. De commandant van het fortje startte een soort uitspanning, inclusief speelhuis. In 1746 kwam er een kampement voor militairen om bij te komen van het slechte klimaat in Batavia-stad (malaria), want het gebied lag hoger en droger.

In 1805 kwam er een artillerieschool en in 1810 werd dit gebied door Daendels aangewezen als centrum van de verdediging tegen een eventuele aanval van de Engelsen. In 1811 kwam inderdaad de bestorming door de Engelsen. In 1820 werd het oude fortje een gevangenis.

Pas in 1935 viel het gebied officieel onder Batavia en werd het er een deel van. 

Heden heet dit stadsdeel Jatinegera.

Megawati Soekarnoputri (geb. 1947) 

Indonesisch politica, dochter van de eerste Indonesische president Soekarno. Zij besloot in 1987 de politiek in te gaan en bemachtigde namens de Partai Demokrai Indonesia (PDI) een parlementszetel. In 1993 werd zij tot voorzitter verkozen van de PDI, een van de twee toegestane Ďoppositiepartijení' van IndonesiŽ. In 1996 werd zij door de heersende autoriteiten afgezet als leider van de PDI en vervangen door Suryadi, leider van de pro-Soeharto factie binnen de PDI. Dit leidde op 27 juli 1996 tot de ernstigste rellen in Jakarta sinds twintig jaar. Zelf koos zij voor de politieke luwte en moedigde de opstandelingen niet aan. Ook tijdens de studentenopstanden in het voorjaar van 1998 was zij niet actief. Nadat Soeharto in mei 1998 gedwongen was af te treden en vice-president Habibie de macht overnam, werd Megawati in oktober 1998 met unanieme stemmen herkozen als voorzitter van de PDI. Megawati werd na de presidentsverkiezingen van 1999 vice-president, onder president Wahid. Na afzettingsprocedures volgde zij in 2001 hem op.

Hoewel zij aanvankelijk veel steun kreeg van het arme deel van de bevolking, kalfde deze steun sterk af. Toen dan ook in 2004 voor het eerst in de geschiedenis van IndonesiŽ rechtstreeks een president kon worden gekozen verloor zij in de tweede ronde met ruime cijfers van Yudhoyono

Zie ook: Presidenten van de Republiek IndonesiŽ.

Mentawaiers Een bevolkingsgroep op de eilanden Siberoet, Sipora en Noord- en Zuid Pagai, ten westen van Sumatra, t.h.v. Padang.

Een primitieve groep, niet bekend met rijstbouw of pottenbakken. Hun landbouw bestond / bestaat uit knollenvelden (kladi) en pisang- en klappertuinen. Bij belangrijke gebeurtenissen wordt een poenen-periode (rustperiode) ingesteld, waarbij allerlei handelingen verboden zijn; dit betreft vooral de gehuwde mannen,  die gemiddeld tien maanden per jaar geen veldwerk mogen verrichten. Hierdoor wordt erg lang gewacht om officieel te huwen, en een derde van de kinderen wordt reeds voor deze gebeurtenis geboren. 

De leider is de rimata, als kenner van de vele poenen-voorschriften.

Uiterlijke kenmerken van de Mentawaiers zijn de driehoekige tanden, die met een stuk ijzer zijn afgebeiteld, alsmede de tatoeages, zowel bij mannen als vrouwen gebruikelijk.

Hun taal wordt door ca. 50.000 mensen gesproken (1992).

Zie ook: Bevolkingsgroepen

Merdeka 17-08-1945 het uitroepen van de onafhankelijkheid. (Letterlijk: vrij, onafhankelijk)

Merkus, Pieter (1787-1844) 

Gouverneur-generaal 1841-1844 (wnd. tot 1843).

  • 1808: Merkus promoveert in de rechten te Leiden
  • 1816: in IndiŽ en wordt benoemd tot hoofd-commies aan de algemene secretarie.
  • 1817: adjunct-secretaris-generaal
  • 1818: procureur-generaal bij het Hooggerechtshof
  • 1819: tevens advocaat-fiscaal bij het Hoog Militair Gerechtshof
  • 1822: Gouverneur van de Molukken; op zijn voorstel nam de regering in 1828 Westelijk Nieuw-Guinea officieel in bezit.
  • 1828: president van het Hooggerechtshof
  • 1829: Raad van IndiŽ
  • 1830: regeringscommissaris voor Midden-Java i.v.m. de Java-oorlog
  • 1836: niet meer benoemd in de Raad van IndiŽ vanwege kritiek op het Cultuurstelsel
  • 1838: door Koning Willem I werd hij opnieuw Raad van IndiŽ
  • 1839: als regeringcommissaris naar de Westkust van Sumatra
  • 1840: vice-president Raad van IndiŽ
  • vanaf 1841 waarnemend Gouverneur-generaal
  • 1843-1844: Gouverneur-generaal. Tijdens zijn bewind was er van zijn kant geen kritiek meer op het Cultuurstelsel
  • 1844: overleden te Soerabaja

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij.

Mestiezen, een bevolkingsgroep in het oude Batavia, die ontstaan was uit de verbintenis van een Europese vader en een Portugees-Indische vrouw. Zij waren evenals de Mardijkers christenen.

Middelbare Landbouwschool opgericht 1913, die opleidde tot inheemse landbouwleraar.

Zie ook: Onderwijs.

Mijer, Pieter (1812-1881)

minister van koloniŽn, 1856-1858, en 1866; gouverneur-generaal, 1866-1872
  • 1812: geboren te Batavia
  • 1820: voor het eerst naar Nederland
  • 1832: gepromoveerd aan de universiteit van Leiden met een proefschrift over de handel en administratie van de Nederlandse bezittingen in Oost-IndiŽ
  • 1833: naar Batavia en werkzaam als advocaat
  • 1836-1849: carriŤre bij de rechterlijke macht van griffier tot procureur-generaal
  • 1851: lid van de Raad van IndiŽ
  • 1855: met verlof naar Nederland
  • 1856-1858: minister van KoloniŽn (conservatief)
  • 1860-1866: lid van de Tweede Kamer, waar hij de conservatieve koloniale politiek voorstond
  • 1866: opnieuw minister van KoloniŽn
  • 1866-1872 gouverneur-generaal, na een plotselinge benoeming die opzien baarde
    • hij schafte in 1871 het oude Preangerstelsel af, waardoor de regenten van dit gewest het recht tot belastingheffing en beschikking over de bevolking werd ontnomen

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij en Ministers van KoloniŽn.

Mijnwet 1850 bracht de mogelijkheid mijnen over te geven aan het particulier initiatief, in erfpacht of in huur, voor een periode van ten hoogste 40 jaar. De eilanden Java en Bangka waren hiervoor echter niet beschikbaar.

Eigenlijk kunnen we deze mijnwet geen wet noemen omdat ze via een Koninklijk Besluit tot stand is gekomen.

Pas de Indische Mijnenwet van 1899 kwam in het Staatsblad.

WŤl een vroege mijnwet is de Billiton-concessie van 1852 (tin), verleend aan Prins Hendrik en Baron van Tuyll van Serooskerken.

Wel geeft de Mijnwet aan, dat het liberalisme terrein wint, zoals dit nog beter tot uiting kwam bij de Suikerwet (1870) en de Agrarische Wet (1870).

Minahasers zie Manadonezen / Minahasers
Minangkabau Een bevolkingsgroep in centraal Sumatra tot aan de kust. Zij hebben al heel lang invloeden van buitenaf ervaren. In hun Islamitische godsdienst zijn vele animistische trekjes blijven voortbestaan.

Hun woningen zijn kenmerkend: over het algemeen op palen, waarbij het dak aan de uiteinden sterk omhoog loopt. Tussen de punten kan een apart, kleiner, dak zijn geplaatst, met ook de omhooglopende punten.

Dit familiehuis was vooral voor de vrouwen en kinderen; 's nachts kwam de gehuwde man 'op bezoek', maar vůůr zonsopkomst moest hij weer vertrokken zijn naar de woning van z'n moeder.

Toen de invloed van de Islamieten sterker werd, begonnen deze zich te ergeren aan oude gewoontes en gebruiken, zoals het matriarchaat en het zedenbederf. Dit was mede oorzaak van de Padri-oorlogen.

Door de matriarchale afstamming blijft de vrouw in het huis van haar familie. Het gezinshoofd is de Mamak, de oudste oom van moederszijde. Zijn gezag overstijgt de invloed van de vader, is zelfs groter in vergelijking met een vader in een patriarchale omgeving. 

Minangkabau-woning

Door de sterke positie van de vrouw in het huwelijks- en erfrecht heeft de Minangkabau-man zich ontwikkeld tot een uitstekend handelsman, die echter verder van huis zijn werk deed, waardoor echtscheidingen regelmatig voorkwamen.

Tegenwoordig tracht men te schipperen tussen de matriarchale rechten en de islamitische wetten (de man erft, en is hoofd van het gezin), door nieuw verworven middelen aan de man toe te wijzen, terwijl de grond aan de vrouwelijke zijde blijft.

Hun taal wordt door ca. 6,5 miljoen mensen gesproken (1981).

Zie ook: Bevolkingsgroepen

Ministerie van KoloniŽn 

Na de VOC-periode moest Nederland het bestuur over IndiŽ zelf in handen nemen. Niet altijd werd hierbij de bewoording 'minister' en 'Ministerie / Departement van KoloniŽn' gebruikt, en niet altijd vielen de overzeese gebieden onder een eigen departement:

  • 1796 Comitť tot (voor) de Oost-Indische Zaken
  • 1800 Raad der Aziatische Bezittingen en Etablissementen
  • 1806 kwam er een Directeur-generaal voor de zaken der IndiŽn en van den Koophandel; in hetzelfde jaar veranderde de naam van de functie in die van 'minister'
  • 1808 instelling van een Ministerie van Marine en KoloniŽn
  • 1814 ontstaat in de Willem I-periode het Departement voor de Zaken van Koophandel en KoloniŽn
  • 1818 Ministerie van Onderwijs, Nationale nijverheid en KoloniŽn
  • 1824 Ministerie van Nationale nijverheid en KoloniŽn
  • 1825 Ministerie van Marine en KoloniŽn
  • 1830 Ministerie van Waterstaat, Nationale nijverheid en KoloniŽn
  • 1831 Ministerie van Nationale nijverheid en KoloniŽn
  • 1834 Ministerie van KoloniŽn
  • 1840 Ministerie van Marine en KoloniŽn
  • 1842 Ministerie van KoloniŽn
  • 1945 Ministerie van Overzeese Gebiedsdelen
  • 1949 Ministerie van Uniezaken en Overzeese Rijksdelen
  • 1952 Ministerie van Overzeese Rijksdelen
  • 1957 Ministerie van Zaken Overzee
  • 1959 opheffing van het departement; een minister blijft wel belast met de overzeese gebiedsdelen:
    • 1959 over Suriname en de Nederlandse Antillen
    • 1975 over Nederlandse Antillen
    • 1989 over Nederlandse Antillen en Aruba
  • 1998- heden Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties

Zie ook: Ministers van KoloniŽn en Ministers van KoloniŽn en hun eerdere ervaring

Ministers van KoloniŽn    

Met de komst van Koning Lodewijk Napoleon in 1806 naar Nederland komt er een Departement voor de Zaken der IndiŽn en van den Koophandel. Het hoofd van dit Departement wordt nog in 1806 'minister' i.p.v. 'directeur-generaal'  genoemd. In 1808 is er sprake van een Ministerie van Marine en KoloniŽn. In de Franse periode is er geen nationaal Ministerie. In 1814 komt er een Departement voor de Zaken van Koophandel en KoloniŽn; het hoofd hiervan wordt 'Secretaris van Staat' genoemd, in 1815 'Directeur-generaal' en in 1818 'minister', als het 'Ministerie van Onderwijs, Nationale nijverheid en KoloniŽn' ontstaat. 

Hieronder de lijst van ministers van KoloniŽn; tevens zijn genoemd de hoofden van Koloniale departementen indien de functie van minister op dat moment (nog) niet bestond; de Franse periode is buiten beschouwing gelaten.

Zie ook: Ministerie van KoloniŽn en Ministers van KoloniŽn en hun eerdere ervaring

Ministers van KoloniŽn en hun eerdere ervaring

Gekeken is naar de ervaringen die de Ministers van KoloniŽn hadden met IndiŽ tot aan hun eerste benoeming tot minister. Zij die een waarnemende functie hadden zijn buiten beschouwing gelaten.

Het gaat om in totaal 51 personen, en bestrijkt de periode 1806-1951.

  • A. Ervaring in IndiŽ hadden 40 personen; hun activiteiten aldaar:
    • bestuurlijk                                  21
    • ambtelijk                                    16
    • juridisch                                      9
    • militair                                         5
    • bedrijfsleven                                5
    • aldaar geboren en opgegroeid       3
    • wetenschappelijk                          3
    • vrije beroepen                              1  

             Geen ervaring in IndiŽ hadden 11 personen

Zie ook: Ministerie van KoloniŽn en Ministers van KoloniŽn

Minto, Lord Gilbert Elliot (earl vanaf 1813), 1751-1814

Als Gouverneur-generaal van Brits IndiŽ (1807-1813) gaat hij na veroveringen in de Molukken naar Java, om het gezag in 1811 over te nemen van de Nederlanders. Hij benoemd Raffles tot luitenant-gouverneur.

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij.

Missie
  • In 1511 verschenen de Portugezen in de wateren rond Ambon en Ternate.
  • Rond 1532 vingen de Portugezen actief aan met het bekeringswerk, vooral op de Molukken en Celebes.
  • Vanaf 1545 was de vermaarde JezuÔet Xavier (Franciscus Xaverius) actief op Malakka en in 1546 op de Molukken; hij organiseerde het zendelingswerk van de uit Spanje en ItaliŽ afkomstige JezuÔeten. Behalve de JezuÔeten was ook de orde der Dominicanen actief. Het missiewerk breidde zich uit over de gehele archipel
  • Met de komst der Nederlanders in de Indische Archipel kwam er grotendeels een einde aan de rooms-katholieke zending, want de Nederlanders erkenden (formeel in 1609) slechts de Gereformeerde Protestante kerk: de predikanten lijfden simpelweg de Rooms-katholieke Christenen in.
  • Hier en daar ging het Missiewerk nog door:
    • 1606 kwamen de Spanjaarden vanuit de Filippijnen op Ternate, waar ze tot 1663 bleven.
    • In de 17e eeuw was er missie op Noord-Celebes en op de Sangih- en Talaud-eilanden (tussen de Filippijnen en Celebes)
    • Na de verovering van Malakka door de VOC in 1641 gingen de Portugezen naar Makassar, waar ze echter in 1660 weer moesten vertrekken omdat de Nederlanders er hun gezag vestigden.
    • In 1701 ging de bisschopszetel van Malakka naar Timor, doch in 1834 werden de religieuze orden uit Portugal en de koloniŽn verdreven (vanwege de Portugese Revolutie), zo ook uit Portugees Timor.
  • In 1807 kwam er verandering: de instructies van koning Lodewijk Napoleon aan de Gouverneur-generaal (Daendels) luidden, dat alle gezindheden vrij zijn in de uitoefening van hun godsdienst.
  • 1808 kwamen de eerste twee priesters in Batavia aan, en werd aldaar voor 't eerst sinds twee eeuwen openlijk een Heilige Mis opgedragen.
  • Te Batavia, Semarang en Soerabaja werden staties opgericht.
  • In 1834 ontstond de eerste missie buiten Java, nl. te Padang.
  • In 1843 werd een overeenkomst gesloten tussen de Nederlandse regering en de Heilige Stoel in Rome, en er werd een apostolisch vicariaat voor IndiŽ ingesteld
  • In 1847 werd een nieuw reglement vastgesteld dat de betrekkingen regelde tussen missie en gouvernement, de zgn. "Nota der Punten".
  • 1855 verschenen de eerste nonnen, de Zusters Ursulinen, die zich inzetten voor het onderwijs en de hulp aan meisjes.
  • 1859 intrede van de JezuÔeten, die hun werk gingen doen op Java, Celebes, Sumatra en Flores.
  • 1874 kwam er een overeenkomst tot stand tussen de Heilige Stoel en de Nederlandse regering: de kerkvoogd benoemt, plaatst en verplaatst de geestelijke, maar hij moet hierover wel de Gouverneur-generaal in kennis stellen; voorheen wilde namelijk de Indische regering zich met de benoemingen bemoeien.
  • In 1913 volgde een nadere regeling i.v.m. de vorming van apostolische prefecturen in de Buitengewesten.
  • In 1931 werd het Centraal Missiebureau ingesteld, dat het overlegorgaan werd met de Indische regering.

Er ontstonden verschillende Vicariaten en Prefecturen, waarin de missie in Nederlands-IndiŽ werd opgedeeld:

  • Op Java:
    • Apostolisch Vicariaat van Batavia (West-Java, Djogjakarta, Soerakarta) door de Paters JezuÔeten; in 1929 kwamen Franciscanen de gelederen versterken
    • Apostolische Prefectuur van Malang (Oost-Java) in 1927 door de Paters Carmelieten)
    • Apostolische Prefectuur van Soerabaja (Oost-, West-Java) in 1928 door de Paters Lazaristen, en vanaf 1932 ook de Paters Conventuelen.
    • Apostolische Prefectuur Poerwokerto (Midden-Java) in 1926 door de Congregatie der Missionarissen van het Heilig Hart van Jezus, en vanaf 1932 ook de Missionarissen van de Heilige Familie
    • Apostolische Prefectuur van Bandoeng (West-Java) in 1926, door de Congregatie der Reguliere Kanunniken van het Heilig Kruis
  • In de Buitengewesten:
    • Apostolische Prefectuur van Nederlands Nieuw-Guinea in 1902 te Toeal, door de Missionarissen van de Congregatie van het Heilig Hart van Jezus. In 1920 werd het een Vicariaat. In 1937 kwamen tevens Franciscanen naar dit gebied.
    • Apostolische Prefectuur van Nederlands Borneo in 1905 te Pontianak, door de Paters Capunijnen. In 1918 werd het een Vicariaat. Later ontstond een verdere verdeling: in Bandjermasin de Missionarissen van de Heilige Familie en te Sintang de Paters Montfortanen.
    • Apostolische Prefectuur der Kleine Soenda-eilanden 1913 te Ndona (Ende-Flores) door de Paters van het Goddelijk Woord van Steyl. Vanaf 1922 een Vicariaat. In 1936 ontstond het Apostolisch Vicariaat van Timor: Nederlands Timor, plus de eilanden Roti,Alor en Pantar.
    • Apostolisch Vicariaat van Padang, te Padang in 1911, door de Paters Capucijnen; later (1924) ontstond de Apostolische Prefectuur Bangka, Billiton en de Riouw-archipel te Pangalpinang door de Paters van de H.H. Harten van Jezus Maria, en te Bengkoelen / Palembang de priesters van het Heilig Hart (1924).
    • Apostolische Prefectuur van Celebes in 1919 te Manado door de missionarissen van het Heilig Hart; in 1937 ging Zuid-Celebes naar de missionarissen van Scheut-Sparrendaal

Zie ook: Zending, Godsdienst,Christendom en Regeringsreglement 1854

Mocca (Mocha / Al Mukha) Een VOC-locatie (Comptoir) in ArabiŽ van 1621-1739, met een aantal jaren van onderbreking. Het belangrijkste product was koffie.

Tot 1707 viel Mocca onder de VOC-directie van Suratta.

Hoofden:

  • 1657-1659 Justinus Weyns
  • 1676-1679 Justinus Weyns (2e periode)
  • 1696-1701 Nicolaas Welters (Velters)
  • 1707-1708 Johan Josua Ketelaar (zie hem ook bij Suratta en PerziŽ)

Residenten:

  • 1708-1710 Christiaan van Vrijbergen (zie hem ook bij Japan)
  • 1710-1714 Hendrik Willemz. van der Burgh (zie hem ook bij Siam)
  • 1714-1715 Petrus Adolphy (Adelphy)
  • 1715-1718 Abraham Pantser (Panzer)
  • 1718-1721 Joan van Leeuwen
  • 1721         Arnold van der Cruyce
  • 1721         Dirk Meeuwissoon
  • 1722-1724 Jacobus van Steenwijk
  • 1724-1729 Johan Elias van Mylendonk
  • 1729         Johannes Groengraft
  • 1732         Willem van den Berg
  • 1732-1733 Nicolaas Duyt
  • 1733-1739 Willem van den Berg

Moderne inheemse elite: de kleine groep in IndiŽ (ca. 500) die had gestudeerd in de 20e eeuw en volgens Snouck Hurgronje in staat was "het leven hunner overheerschers mee te leven"

Moeso, of Soeparto Indonesische communist, die in 1926 al uit Nederlands-IndiŽ was gevlucht om in Moskou hulp te zoeken voor zijn nationalistisch streven, maar die hulp niet kreeg. In augustus 1948 kwam hij weer terug waar hij met open armen werd ontvangen door Soekarno. Maar dit enthousiasme sloeg om in grote bezorgdheid omdat Moeso zich sterk maakte in de PKI en met deze en andere linkse stromingen een sterk front ging vormen tegen de regering Hatta. Dit leidde tot de communistische opstand van Madioen. In de strijd tegen de Sliwangi-divisie van Soekarno kwam Moeso 31 oktober 1948 om het leven.

Moesson zie Oost-Moesson en West-Moesson

Molukken (Maluku)

  • specerijen (kruidnagelen, nootmuskaat, foelie, kaneel).
  • 1512: eerste Portugese schepen.
  • 1522 bouwden de Portugezen een fort op Ternate.
  • 1574 moesten ze na een opstand dit fort verlaten.
  • 1599 verschenen de eerste Nederlandse schepen in de Molukse wateren.
  • 1605 veroverde de VOC het Portugese fort van Ambon.
  • 1623 werden een 10-tal Engelsen beschuldigd van samenzwering tegen de Hollanders: de "Ambonese samenzwering", en terechtgesteld, zodat de rol van de Engelsen hier was uitgespeeld.
  • 1667 kwam er na de val van Makassar een einde aan de 'smokkel' door Boeginese en Makassaarse handelaars, die het monopolie van de VOC ontdoken.
  • Vanaf 1796 verschenen Fransen en Engelsen in de Molukken.
  • 1802, na de Vrede van Amiens, verdwenen de Engelsen, om er in 1810 weer te verschijnen.
  • In de periode Raffles kwam er een einde aan de 'hongi-tochten'.
  • 1817 openlijk verzet tegen de terugkeer van de Nederlanders. Thomas Matoelesia, Ambonees en christen, sergeant-majoor in het Britse leger, ook Pattimoera genaamd, veroverde het fort Duurstede op Saparoea: het gehele garnizoen kwam om het leven, behalve het zoontje van de resident Van den Berg.
  • 1946: Molukken wordt deelstaat van "Oost-IndonesiŽ", en Ambon viel in de provincie Zuid-Molukken.
  • 1949-1950 verzet tegen de Republikeinse troepen.
  • 1950, 25 april, Zuid-Molukse leider, dr. Soumokil, proclameert de onafhankelijkheid van de Republiek der Zuid-Molukken (RMS = Republik Maluku Selatan).
  • 1950 oktober/november, Ambon valt in republikeinse handen; de leiders van het verzet wijken uit naar Ceram, waar een noodregering wordt gevormd.
  • 1951 worden 4.000 Ambonese KNIL-militairen met hun gezinnen (totaal 13.000 mensen) naar Nederland gebracht, omdat IndonesiŽ geen plek voor hun zag op de opstandige eilanden, maar ze ook niet wilde opnemen in het Republikeinse leger. In Nederland aangekomen werden de mannen uit de militaire dienst ontslagen, en 'tijdelijk' in kampen ondergebracht.
  • 1952 wijkt ir. Manusama via Nieuw-Guinea uit naar Nederland, om zich daar aan het hoofd te stellen van een regering in ballingschap.
  • 1962 wordt dr. Soumokil op Ceram gearresteerd en en in 1966 geŽxecuteerd.

Zie ook: Bevolkingsgroepen en Grensbepaling van Nederlands-IndiŽ.

Monopolie Zie bij Octrooi en Monopolie

Mook, Hubertus Johannes van (1894 Ė 1965) 

In 1931 lid van de Volksraad. Hij publiceerde over de toekomst van de Indische politiek in "Koloniale StudiŽn" en "De Stuw". In 1937 werd hij directeur van het departement van Economische Zaken. In die functie voerde hij in 1938  onderhandelingen met Japan die leidden tot de Van Mook-Kotani-overeenkomst. In september 1940 volgden nieuwe besprekingen, waarbij de Japanners aanstuurden op een verveelvoudiging van de olieleveringen, waar Van Mook echter niet op in ging en de onderhandelingen vertraagde. Na de Japanse inval in Frans Indo-China werd in juli 1941 het economische en monetaire verkeer van Japan met de USA, Groot-BrittanniŽ, AustraliŽ en Nederland verbroken, zodat onderhandelingen ook niet meer nodig waren. Na op 20 november 1941 tot minister van KoloniŽn te zijn benoemd (tot de Japanse aanval), bleef Van Mook voorlopig in IndiŽ, waar hij op verzoek van gouverneur-generaal Tjarda van Starkenborgh Stachouwer werd benoemd tot luitenant-gouverneur-generaal (1 januari 1942 - 25 mei 1942). Na de capitulatie van Nederlands-IndiŽ vertrok hij naar AustraliŽ. Hij was minister van KoloniŽn in het Londense kabinet (25 mei 1942 Ė 23 februari 1945) en werd 14 september 1944 opnieuw luitenant-gouverneur-generaal. Op 2 oktober 1945 verplaatste hij zijn zetel van Brisbane (AustraliŽ) naar Batavia, waar 31 oktober 1945 contact tussen Van Mook en Soekarno tot stand kwam. Deze politiek van Van Mook werd door de Nederlandse regering openlijk afgekeurd (ontslag dreigde, maar koningin Wilhelmina ging daar niet mee akkoord). Op 15 november 1945 stuurde hij een nota naar de Nederlandse regering: laat Java aan de IndonesiŽrs en laat Nederland zich richten op de Buitengewesten: dit alles wel onder de koninkrijksband. In de conferenties te Malino en Den Pasar legde Van Mook de grondslag voor de vorming van deelstaten in het niet-republikeinse gebied. In juli 1947 werd hij gemachtigd tot een politionele actie, die tegen zijn advies in na tussenkomst van de Veiligheidsraad werd beŽindigd nog vůůr Djokjakarta bereikt was. Het feit dat hij bij de besprekingen over de vorming van een federatieve regering op de tweede plaats gedrongen werd, gaf Van Mook aanleiding een verzoek tot ontslag in te dienen, verbitterd en teleurgesteld als hij was. Het werd hem per 1 nov. 1948 verleend. J.L.M. Beel verving hem als Hoge Vertegenwoordiger van de Kroon

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij en Ministers van KoloniŽn.

Mook, van-Kotani-overeenkomst 1938 Japan trachtte haar economische invloed te vergroten. Batavia probeerde met deze overeenkomst de Japanse krachten te beperken.

Zie ook: Japanse houding in de crisisjaren.

Morshandel handel die ambtenaren in dienst van de VOC voor eigen rekening dreven: weliswaar verboden, maar veelvuldig in de praktijk gebracht.

Mossel, Jacob (1704-1761)

  • In 1720 ging hij als jongmatroos naar IndiŽ

  • Na een jaar vertrok hij naar Negapatnam en bleef in totaal 21 jaar aan de kust van de Coromandel

  • In 1738 bracht hij het tot gouverneur en directeur van de Coromandel.

  • 1742 naar Batavia waar hij buitengewoon Raad van Indie en directeur-generaal was.

  • Vervolgens werd hij benoemd tot gouverneur-generaal (1750-1761). 

  • In 1755 bezegelde hij het verdrag van Ganti waarbij de interne strijd in Mataram werd beŽindigd en dit rijk in tweeŽn werd opgesplitst. Door een verloren slag tegen de Engelsen verloor de VOC de handel op Bengalen. Een poging werd gedaan om de eerdere bloei nieuw leven in te blazen door een strikte handhaving van de monopoliepositie, waarbij de oude vrijheden onder zijn voorganger Imhoff ontstaan teniet werden gedaan. De koffie werd winstgevend. Door een verhoging van de traktementen trachtte hij de corruptie tegen te gaan. In 1754 kwam er een  "Reglement ter beteugeling van pracht en praal", dat tot in details beschreef wat iedere ambtenaar, en van elke rang, mocht bezitten.

Zie ook: Gouverneurs-generaal op rij.

Mountbatten, lord (1900-1979)

Hij had de leiding over het South East Asia Command (SEAC), waar Nederlands-IndiŽ vanaf de Japanse capitulatie 15 augustus 1945 onder viel. Mountbatten besloot op 26 september 1945 alleen Batavia en Soerabaja te bezetten om hulp te verlenen aan ex-gedetineerden en ex-krijgsgevangenen. Op 10 oktober 1945 liet hij Van Mook, Helfrich en Van der Plas bij zich komen in Singapore: de Britten wilden wel meer key area's bezetten: behalve Batavia en Soerabaja ook Buitenzorg, Bandoeng, Samarang en Malang, maar dan moest Van Mook gesprekken beginnen met Soekarno. De Britten hielden zich aan hun woord: vanaf 15 oktober kwamen de eerste Gurkha's in Batavia aan. Ondanks groot verzet vanuit de Nederlandse politiek, maar dankzij grote druk van Britse zijde, ontmoetten Van Mook en Soekarno elkaar op 31 oktober 1945. Eind 1945 hadden de Britten en Brits-IndiŽrs ca. 200.000 Nederlanders en Indische Nederlanders weten te redden, ten koste van 600 doden!

Zie ook: Bersiap.

MŁhlenfeld, A. directeur Binnenlands Bestuur, 1929-1933

Muiterij "De Zeven ProvinciŽn" 1933. Door de slechte economische situatie werd er flink gekort op de bezoldigingen van het marinepersoneel: in 1931  5%, in 1932 nog eens 5% en in 1933 daarbovenop 7%. 

In Soerabaja op de marinebasis werd door bijna 300 Europeanen dienst geweigerd en onder de Indische leden van het marinepersoneel vele honderden meer. Velen werden opgepakt.

Het oude pantserschip "De Zeven ProvinciŽn" was juist toen (2 januari 1933) vertrokken op weg naar Noord-Sumatra, waar het 2 februari 1933 aankwam in de haven van Oleh-leh.

Toen de commandant en een aantal officieren aan wal waren, namen Indische leden van de bemanning het schip over en voeren op 4/5 februari 1933 weg van de Atjehse haven Oleh-leh, zuidwaarts langs de westkust van Sumatra, met als doel Soerabaja om de gevangen genomen collega's aldaar te hulp te schieten. Een deel van de Europese bemanning had weliswaar geen deel uitgemaakt van de groep muiters en was niet betrokken geweest bij de organisatie, het initiatief en de uitvoering, maar keerde zich ook niet tegen de muitenden. Dit is hun later zwaar aangerekend.

Op 10 februari gooide een Dornier-vliegboot in de Straat Soenda een waarschuwingsbom voor de boeg, doch deze trof doel op het voordek: 19 man gedood, waaronder drie Europeanen. Dit betekende meteen het einde van de muiterijactie.

De gevangen werden eerst naar Onrust en later naar Madoera gebracht. In Soerabaja werd van de Europeanen Maud Boshart de hoogste straf geŽist: 16 jaar. Het Hoog Militair Gerechtshof in Batavia veranderde dit in 10 jaar. De straf werd in Leeuwarden uitgezeten en na drie jaar kwamen allen op vrije voeten vanwege het huwelijk van prinses Juliana met prins Bernhard.

De muiterij had vooral een economische oorzaak en niet in de eerste plaats politieke redenen. Wel greep het gouvernement hard in om een voorbeeld te stellen, daar het groeiend nationalisme dezen een doorn in het oog was.

Zie ook: Marine in de 20e eeuw.

Multatuli : (Lat.:"ik heb veel geleden/gedragen/verdragen") Pseudoniem van Eduard Douwes Dekker. Uitspraken:

  • "Hij (SaÔdjah) doolde rond in een dorp dat pas veroverd was door het Nederlandse leger en dus(!) in brand stond"
  • "Er lag een roofstaat aan de zee, tussen Oost-friesland en de Schelde"
  • "Insulinde"
  • "Gordel van Smaragd"
  • "Insulinde is een prachtig paard waar een dief op zit"

Muntstelsel 18e eeuw Een eigen muntstelsel hadden de sultans van Banten en Mataram en de VOC met haar ingevoerde zilveren munten. Daarnaast kwamen Madoera en Cheribon met eigen munten. Toen ook Palembang en Bali met eigen kleine loden muntjes kwamen werd het verwarrend, en ging de regering in Batavia in 1764 overeenkomsten aan met de vorsten van Soerakarta en Djokjakarta ter unificatie van het muntstelsel; vanaf dat moment gaf de VOC koperen munten uit, die in Batavia werden geslagen.

Museum Nasional, zie bij Bataviaasch Genootschap
Museum van het Bataviaasch Genootschap, zie bij Bataviaasch Genootschap

Mussert, A.A. (1894-1946) De Nederlandse NSB-leider kwam in 1935 naar Nederlands-IndiŽ, waar hij warm werd onthaald, en tevens twee keer werd ontvangen door Gouverneur-generaal De Jonge.

Het jaar 1935 was eigenlijk het hoogtepunt van de politieke carriŤre van Mussert: in april 1935 kwam de NSB in de Statenverkiezingen uit op 8%, en als klapstuk was er de reis naar Nederlands-IndiŽ, waar hij de NSB-leden in IndiŽ een hart onder de riem kon steken, en tevens die mensen kon bedanken die hem financieel gesteund hadden, want het Indische geld (in deze periode circa fl. 50.000) maakte het mede mogelijk dat de NSB zich in Nederland had kunnen ontplooien.

De NSB was in Nederland in 1931 opgericht; in 1933 gingen in november van dat jaar een aantal fascistische groepen in IndiŽ op in de Indische NSB. Zij kwam aldaar onder leiding van W.E. Scheurer.

Het conservatisme in IndiŽ onder de Europeanen werd versterkt door:

Mussert noemde de ideeŽn van de IndiŽ-los-van-Nederland-beweging een misdaad; in IndiŽ haalde de NSB vooral fel uit naar priesters en predikanten die hen bekritiseerden, maar de NSB stelde zich niet op tegen het gouvernement, mede omdat in IndiŽ ambtenaren wel lid mochten zijn van de NSB, in tegenstelling tot de situatie in Nederland. Ca. 70% van de Indische leden waren Indo-europeanen

Het aantal NSB-leden kwam in IndiŽ nooit boven de 5000 uit.

De reis in 1935:

  • 17 juli 1935 vertrek vanaf Schiphol met de KLM DC2 'Sperwer', uitgezwaaid door duizenden NSB-aanhangers

  • 23 juli 1935 in Medan, vertraagd door het slechte weer.

  • 24 juli 1935 in Batavia, waar meteen een bezoek werd gebracht aan Gouverneur-generaal De Jonge, die door deze ontvangst er voor wilde zorgen dat er geen tweedracht onder de Europeanen ontstond. Hij drukte Mussert op het hart geen onrust te zaaien. De Jonge zelf stond niet onsympathiek tegenover de NSB.

  • 26 juli 1935 in Bandoeng, sprak Mussert de al eerder uitgesproken redevoering uit over de NSB-ideeŽn. Later op de dag volgde een kranslegging bij het grote Van Heutsz-monument in Batavia.

  • 27 juli 1935 bezocht Mussert het gebouw van de Java-bode van directeur-hoofdredacteur H.C.Zendgraaff (ťťn van de oprichters van de Vaderlandsche Club); op dezelfde dag sprak hij tot 3000 toehoorders in de grote bioscoopzaal van het City-theater in Batavia.

  • 28 juli 1935 startte een rondreis over Java: o.a. Cheribon, Djokjakarta, Semarang en Soerabaja werden aangedaan.

  • 12 augustus 1935 was hij terug in Batavia

  • 13 augustus volgde een tweede ontmoeting met de Gouverneur-generaal. 

  • Vervolgens was Sumatra aan de beurt: Palembang, Fort de Kock, Padang en Medan. Tussentijds was er een kort bezoek aan Soekaboemi.

  • 29 augustus 1935 vertrok Mussert met de KLM DC2  'Kwak' vanaf Medan naar Nederland

  • 2 september 1935 landde hij op Schiphol.

In Nederland volgden vragen in de Tweede Kamer:

  • "Was de minister niet van oordeel dat de Gouverneur-generaal in een positie was gekomen, die hij als vertegenwoordiger der Koningin in Nederlands-IndiŽ had moeten vermijden?" Het antwoord van minister-president Colijn, tevens minister van KoloniŽn: "Hij is dat niet van oordeel".

  • "Was De Jonge zelf lid van de NSB?" Het antwoord van Colijn was hierop: "Nonsens".

De kranten in Nederland waren negatief over de Gouverneur-generaal, terwijl de kranten in IndiŽ veelal de motieven van de Gouverneur-generaal over de ontvangst onderschreven.

Mussert voerde in IndiŽ een reorganisatie door om de binding met de beweging in Nederland te versterken: in Utrecht kwam een NSB-gemachtigde voor IndiŽ, en in IndiŽ vestigde zich een Gewestelijk Commissaris (W.H. Gongrijp) te Medan, en een G.C. voor Java en de Grote Oost te Bandoeng, o.l.v. S.Tesser.

Pas in 1937 daalde de aanhang in Indie door de radicale koers van de NSB in Nederland door het ingenomen rassenstandpunt (ruim 2/3 van de aanhang is Indo-europeaan!). Tevens ging er voor de NSB-leden bepaald geen stimulans uit van het idee van Mussert dat er geen NSB-kandidaten zitting mochten nemen in vertegenwoordigende lichamen.

 

Mussert bij vertrek naar IndiŽ, juli 1935

Zie ook: De Indische NSB, en De Vaderlandsche Club.

Myanmar (Birma) Een VOC-locatie met de volgende vestigingen:
  • Ava, comptoir van ca. 1635-1679. Handel in indigo, salpeter, kwikzilver, vermiljoen.
  • Arakan (of Mandalay), comptoir van 1625-1665
  • Martaban, comptoir vanaf ca. 1660
  • Siriangh (of Syriam), comptoir van 1635-1679
Terug naar de startpagina